| Fox 22 | |
|
Een groot probleem in de watersport is de bestrijding van de aangroei van bacteriën, algen, wieren en zeepokken op het onderwaterschip. Op een onbehandelde scheepshuid groeit snel een dikke laag met waterdieren en –planten aan. Schepen met aangroei zijn aanzienlijk trager dan schone schepen. Van oudsher gebruikte men (PAK-houdende) teerproducten om deze aangroei tegen te gaan. De teerproducten en tinhoudende verven zijn inmiddels verboden voor de kleinere schepen, omdat de tinverbindigen onaanvaardbare schade voor purperslakken en wulken oplevert. Daarna kwam koperhoudende antifouling in zwang, maar ook die verf kent milieubezwaren.
Milieuorganisaties en overheden ergeren zich al jaren aan de watersporters die in hun ogen 'maar wat doen'. Ieder jaar smeren ze tienduizenden liters aangroeiwerende verf op de boten om te voorkomen dat ze een beetje langzamer varen. Helemaal ongelijk hebben de critici niet, maar geen enkele zeiler voelt zich happy op een boot met een 'baard'. De discussie over antifouling hoort net zo goed bij het voorjaar als de krokussen en kievitseieren. Toch stimuleert dit jaarlijks terugkerende ritueel ook de ontwikkeling van alternatieven. Het zou zomaar kunnen dat de klassieke aangroeiwerende verven hun langste tijd hebben gehad. Misschien rollen we over een paar jaar ons onderwaterschip wel met producten gebaseerd op heel andere technieken.
Biociden zijn werkzame stoffen die op een chemische of biologische manier organismen doden of afweren. Voorbeelden van biociden zijn aangroeiwerende verven, houtverduurzamingsmiddelen en huishoudmiddelen tegen insecten. Het gebruik ervan valt sinds oktober 2007 onder de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden. Officieel hebben alle antifoulings die in Nederland worden verkocht een toelatingsnummer nodig van het Centraal Orgaan Toelating Bestrijdingsmiddelen (CTB). Of een biocide legaal is zie je aan het toelatingsnummer op de verpakking, bestaand uit de hoofdletter N en vier of vijf cijfers. Met dit nummer kunt u op www.ctgb.nl controleren of dit product op de Nederlandse markt is toegestaan en of u het ook zelf mag toepassen of dat dit door gecertificeerde bedrijven moet worden gedaan. De epoxy’s met koperoxide beschikken daar niet over. De fabrikanten claimen dat deze producten wel zijn toegestaan in Nederland, omdat het geen antifouling is maar een onderwaterverf die ‘toevallig’ niet aangroeit. Er loogt ook geen koper uit.
Op dit moment zijn er twee belangrijke soorten antifoulings. Zachte en harde. Bij een zachte antifouling, ook wel zelfslijpende antifouling genoemd, komen de biociden vrij doordat het langs de romp strijkende water tijdens het varen een laagje antifouling afslijpt. Er komt dus steeds weer een vers laagje antifouling beschikbaar. Door de snelheid van de boot ten opzichte van het water vallen dan de aangroeisels van je romp af. In feite is dit dus een heel bros laagje rond je schip, dat er in de loop van het seizoen steeds verder afslijt. Bij harde antifoulings is de laag hard en poreus. De in de antifouling aanwezige biociden lossen langzaam op en voorkomen de aangroei. Aan het eind van het seizoen blijft er een harde laag restdelen op het onderwaterschip achter die bestaat uit verschillende soorten epoxy's, harsen, oplosmiddelen en pigmenten, die geen actieve bescherming meer biedt tegen aangroei, terwijl bij de zachte antifouling de laag vrijwel weggesleten is. Wanneer zich aangroei voordoet, is deze er bij een harde antifouling gemakkelijker af te schrobben. Er van uitgaande dat je gemiddeld om de twee jaar een nieuwe laag harde antifouling moet aanbrengen, ontstaat er zo een steeds zwaarder (onderwater)schip. Tip: zet in ieder geval geen harde antifouling over een zelfpolijstende antifouling. Andersom kan meestal wel. Beide antifoulings hebben een bepaalde gevoeligheid voor langsstromend water. Welke het best toegepast kan worden hangt dus af van de manier waarop de boot gebruikt wordt, maar ook van het vaargebied. Een zeilboot die voornamelijk in de box ligt in een aangroeigevoelig gebied zal een agressievere bescherming nodig hebben dan een veelgebruikte racer die vaart op wateren waar de aangroei minimaal is. Alle ander omstandigheden buiten beschouwing gelaten zou de recreatieve zeiler het best kunnen kiezen voor de zelfslijpende variant, die ook zonder veel beweging constant biociden afscheidt. De actieve wedstrijdzeiler doet er goed aan te kiezen voor de harde antifouling, die langzaam biociden afscheidt. De kwaliteit van de antifouling is afhankelijk van hoe gecontroleerd de biociden het product verlaten, waarbij een minder goede variant sterk piekt en daalt in de afgifte en een product van hoge kwaliteit juist gestaag afgeeft zonder pieken en dalen en zo gemiddeld langer de juiste hoeveelheid biociden afstoot. Breng je antifouling nu in het najaar, of toch maar in het voorjaar aan? Alle leveranciers geven op het etiket duidelijk aan hoeveel tijd de antifouling kan worden blootgesteld aan de atmosfeer. Meestal varieert dat van drie tot zes maanden en dan moet de boot het water weer in. Draag bij alle werkzaamheden aan de antifouling in ieder geval een goed stofmasker. Het is namelijk zeer slecht voor de gezondheid om stof en deeltjes in te ademen. Ga het liefst niet schuren aan antifouling. Als het een zelfslijpende betreft, kun je met een schuurblok of schuurspons en veel water uitstekende resultaten behalen.
Tien jaar geleden werd hét alternatief voor aangroeiwerende verf geïntroduceerd: Barnacalclean, een ‘sonic antifouling system’ zoals de Amerikaanse fabrikant het omschrijft. Het werkt met trillingen met hoge of lage frequentie die de romp laat resoneren. Je plakt aan de binnenkant van de scheepshuid op regelmatige afstanden kleine zenders die resoneren met een hoge frequentie. Daardoor trilt de romp ter plekke en ontstaat er aan de buitenzijde van de romp een dunne laag trillend water dat aangroei voorkomt. De fabrikant raadt wel aan om ook een goede antifouling te gebruiken, maar die blijft dan ook vijf jaar goed werken. Niet geschikt voor boten met een dikke polyester huid en stevige metalen schepen.
Natuurlijk zijn er ook zeilers die zelf aan het mengen en roeren slaan. Meng koperpoeder door epoxyhars en het resultaat is een verflaag die wel 10 jaar werkzaam is tegen aangroei, ook op zout water. Het recept: meng koperpoeder door epoxyhars in de gewichtsverhouding 1 kilo epoxy op 1 tot 1,2 kilo koperpoeder en breng dit met een viltroller aan op het onderwaterschip. Het recept vind je bij Coppercoat en op internet. Om de sinaasappelhuid wat gladder te krijgen kan je narollen met een fijne schuimroller. Drie of vier lagen nat in nat. Als de epoxy is uitgehard met een fijn schuurpapier (korrel 360) licht opschuren om de koperdeeltjes aan de oppervlakte bloot te leggen. De kleur is eerst donkerbruin maar eenmaal in het water wordt het koper groen/blauw. Doordat alle koperdeeltjes door epoxy zijn omringd is de laag niet elektrisch geleidend en elektrolyse op aluminium schepen is daarmee geen gevaar. Maar voor het rustige gevoel zou ik zelf toch op aluminium de eerste laag epoxy zonder koper aanbrengen. De ervaringen met dit materiaal zijn goed, na langdurig verblijf op zoet water bouwt zich een slijmerige laag op die op zout water weer verdwijnt. Na de winter heel licht opschuren, met papier 200 of fijner of een pannenspons en weer het water in. Net als met gewone epoxy of tweecomponenten verf vormen oude teerlagen, teflon en siliconen producten een probleem voor de hechting. Verder is een verwerkingstemperatuur van 15 tot 20 graden nodig. Siliconen bevatten geen giftige stoffen. Het wordt aangebracht op een epoxy primer. De werking van siliconen is gebaseerd op de slechte hechting van organismen aan het coatingsoppervlak, door zijn uitermate gladde afwerking. Organismen hechten er slecht op en wat toch kans ziet erop te hechten is er ook weer gemakkelijk te verwijderen door schoonvaren of reinigen. Een aantal siliconenproducten bevat siliconenolie die uitloogt gedurende de gebruiksfase. Toepassing van siliconensystemen is kritischer dan gangbare antifoulings. Het vergt extra aandacht en specifieke omstandigheden om de verschillende lagen binnen een bepaalde tijd aan te brengen. Het tweecomponenten siliconensysteem Neosil is volgens de leverancier door een geoefende doe-het-zelver aan te brengen, als de boot in een geconditioneerde loods staat. Siliconen hebben wel een paar nadelen, ze zijn mechanisch niet sterk en het verwijderen is niet eenvoudig voor bijvoorbeeld een reparatie onder water. Siliconenproducten hebben een lange levensduur. Wees je ervan bewust dat, als je ergens een siliconenproduct gebruikt hebt, je problemen krijgt als je ooit weer iets anders wilt gebruiken.
Statische objecten zullen eerder gewoon zeewier aantrekken, dat er net zo makkelijk weer afvalt wanneer de boot in beweging komt. Maar sommige wieren, zoals het bruine wier, zijn veel hardnekkiger en hebben ook met hoge snelheden geen enkele moeite. Slijm is een andere vorm van aangroei. Slijm wordt veroorzaakt door miljarden ééncellige algen en bacteriën die een stroopachtig medium afscheiden om in te leven. Net als bij veel andere soorten aangroei komen er al snel meer en meer algen bij. Zo kan een dikke laag slijm ontstaan.
|