Spinnakers en zo
Op een voor-de-windse koers heb je eigenlijk een zeil nodig dat hier specifiek voor is gemaakt. Van die zeilen hebben we al heet wat soorten de revue zien passeren, breefokken, bloopers, halfwinders en niet te vergeten de bolle jannen en truussen. Maar inmiddels zijn er moderne varianten op de markt. Naast oude bekenden als de gennaker en spinnaker zijn daar de Parasail, Parasailor, Code Zero en de Kite.
In 2005 heeft het watersportblad de Waterkampioen een dag lang vijf verschillende typen voorzeilen getest op het IJsselmeer. Er is gezeild bij een matige wind; 3 tot 4 Beaufort. Hiervoor zijn vijf identieke boten van het type First 31.7 gebruikt, elk uitgerust met een ander soort voorzeil. De zeilboten treffen dezelfde omstandigheden, dus is het mogelijk de zeilprestaties te vergelijken.
Kite
De kite, oftewel vlieger, is een beetje een vreemde eend in bijt. Alle bestaande ideeën zijn bij dit zeil radicaal overboord gezet. Kite sailing is een nieuwe extreme sport waarbij gezeild wordt met een kite in plaats van een zeil. In tegenstelling tot de andere zeilen wordt de kite niet in de mast gehesen maar als vlieger van het voordek opgelaten. Het zeil kent een aantal grote voordelen ten opzichte van een conventionele spinnaker. Uiteraard ook een paar nadelen maar daarover later meer, Het grootste pluspunt is dat de kite niet aan een val boven in de mast trekt, maar aan een lijn vanaf het boegbeslag, de zogenaamde tailline, staartlijn in het Nederlands. De kracht die op de boot wordt uitgeoefend, levert dus geen hellend moment op. En dat is zeilende weg een aparte beleving. De boot blijf nagenoeg rechtop en wordt kaarsrecht achter de boeglijn aan getrokken, ook bij veel wind. Doordat de boot niet helt, blijft hij heel neutraal op het roer. Het andere grote voordeel van deze vlieger is dat je hem ver boven je mast kan varen, 40 tot 50 meter van de boot verwijderd. Geen last van de tuigage die de wind beïnvloed en door de hoogte waarop hij boven water vliegt gewoonweg met meer wind. Het zeil werkt het best op ruime koersen, waarbij plat voor de wind optimaal is. Hoger dan ruimewind kan -helling krijg je immers niet- maar de voortstuwing wordt dan minder. Gijpen hoeft niet, je kan de boot eenvoudig van koers veranderen en het enige wat je moet doen is de kite trimmen, meer niet. Het 'hijsen' van het zeil lijkt het meest op het oplaten van een vlieger. Eerst hijs je hem zo hoog mogelijk aan de retrieval line, de kite blijft dan als een vlag wapperen. Daarna zet je wat spanning op de tailline, trek je de schoten aan zodat de kite zich vult en laat je de retrieval vieren. De vlieger staat.
Door de lijnen gelijkmatig te vieren kun je hem verder van de boot én hoger brengen. Vooral in het begin is de trim erg lastig, je moet met gevoel en hele kleine beetjes trim (soms maar centimeters) de kite proberen rustig te krijgen, Dat vraagt oefening en veel gewenning. In het begin ben je minimaal met drie man intensief bezig. Leuk is het wel. Het grootste nadeel; de lijnen. Om zo weinig mogelijk gewicht aan de kite te hangen zijn de Dyneema lijnen heel dun en dan ook nog eens 50 meter lang. Het is haast niet mogelijk om ze uit de knoop te houden en de standaard klemmen en selftailing lieren aan boord zijn niet geschikt voor deze dikte. Een groot breiwerk wat je keer op keer met engelengeduld uit elkaar mag pielen vergt heel wat van je zelfbeheersing. Het risico van een lijn overboord en in de schroef is ook aanwezig. Of de kite een vervanger is van de spinnaker is moeilijk te zeggen. Efficiënt is hij zeker en door het rustige rechtop varen is het op lange tochten een aanwinst. De bediening is niet eenvoudig.
Zonder ervaring is de kite lastig te varen. Vooral om hem een beetje rustig en stabiel te laten staan kost moeite. Als je het grootzeil erbij laat staan is het moeilijk om de vlieger op te laten, enkel met de kite zeilen gaat het best. Het is wel een leuk zeil om mee te varen, je kunt er lekker actief mee bezig zijn. De lijnen zou je ergens op moeten kunnen wikkelen om ze uit de knoop te houden, dat maakt het een stuk makkelijker.
De kite wordt bestuurd met 4 lijnen, een retrieval line, een tailline en twee schoten. De tailline wordt vanuit de kuip naar het boegbeslag gebracht en bevestigd aan de onderzijde van de kite, in het midden. Met deze lijn bepaal je hoever je de vlieger ‘oplaat’ en hij brengt de trekkende kracht over op de boot. De retrieval line wordt door een blokje geleid dat met de spival boven in de mast wordt gehesen. Daarna wordt hij vastgemaakt boven op de kite. Door deze lijn aan te trekken kan je de kite in elkaar laten klappen waardoor je hem binnen kunt halen. Zeilende weg blijft hij los hangen en trekt dus niet aan de mast. De twee schoten worden net als spinnakerschoten door blokken achterop het schip naar de lieren gebracht. Ze worden vastgemaakt aan de wingtips, de uiteinden van de kite. Met de schoten bepaal je de stand en de vorm van de vlieger.
Door een kite te gebruiken kan een hogere vaarsnelheid bereikt worden vergeleken met een conventioneel zeil:
- De kite staat hoger in de lucht waar het harder waait, hierdoor heb je meer druk per vierkante meter zeil;
- De kite kan ‘ge-sinussed’ (op en neer bewogen) worden waardoor er ook meer druk opgebouwd wordt;
- De kite geeft geen hellend moment aan de boot, waardoor het zeiloppervlak groter kan worden;
- De kite tilt de boot iets uit het water waardoor de weerstand verminderd.
Een kite ter grootte van 75 m²: kost 3.100 euro. Geadviseerd wordt om hierbij een lijnenset van 300 euro aan te schaffen. www.KiteShip.com
Parasailor en Parasail:
Je zou denken dat de spinnaker inmiddels wel is geëvolueerd tot de meest optimale vorm die denkbaar is. Toch zijn er twee Duitse ontwerpers die de spinnaker opnieuw hebben uitgevonden. Om de spi te veranderen van een optimaal wedstrijdzeil in een gemoedelijk toerzeil met gelijkblijvende prestaties passen ze bestaande technieken toe uit de parachute- en hanglidersport. De heren Schadlich en Kistler waren vooral op zoek naar een manier om de spi stabieler te krijgen. Minder snel invallen en minder trimgevoelig waren hoofdpunten. De heren hadden wel wat uiteenlopende ideeën over de beste oplossing en zijn beiden hun eigen weg gegaan. Je hebt nu dus twee nieuwe soorten spi's op de markt die beiden ongeveer hetzelfde basisprincipe hanteren maar net iets anders uitgevoerd zijn. Schadlich ontwikkelde de Parasailor en Kistler de Parasail.
Het basisprincipe:
Een vleugelprofiel ongeveer in het midden van de spi zorgt voor lift en stabiliteit. Het idee hierachter is dat, doordat de vleugel zich zet, hij zijwaartse kracht uitoefent op de lijken. Dat zorgt ervoor dat het loeflijk minder snel 'krult' en invalt. Ook zorgt die kracht ervoor dat de spi steeds in een optimale vorm blijft staan. Een ander effect is dat de vleugel lift creëert en zo de boot meer met zijn neus uit het water tilt, wat extra snelheid op moet leveren. Het gat in de spi waar de vleugel zit werkt, zoals Parasailor het noemt, als overdrukventiel. Te veel wind, die niet omgezet kan worden in voorwaartse snelheid, loost door dit gat. Scheuren van de spi in harde vlagen zou dus tot het verleden behoren. Broachen, onhoudbaar uit het roer lopen, is ook verleden tijd.
De Parasailor:
Deze spinnaker met vleugel heeft ten opzichte van de Parasail een grotere opening in het zeil. Daarin is een vleugel geplaatst die het meeste van de twee lijkt op die van een moderne parachute. De vleugel is met een groot aantal lijntjes en linten aan de spi bevestigt. Als je hem op het droge bekijkt, vraag je je af hoe dat allemaal uit de knoop en heel kan blijven. In de praktijk blijkt dat geen enkel probleem. De vleugel is gefixeerd en kan niet vertrimd worden. Je hoeft je geen zorgen te maken over de stand van de vleugel, want die zet zichzelf in de meest optimale stand. De vleugel creëert lift en trekt de spi, en de boot, dus wat naar boven. Voor de spi betekent dat rustiger staan en voor de boot minder druk op de neus in het water. Het gat in deze spi is behoorlijk groot, wat nodig is om een goede luchtstroom over en onder de vleugels te krijgen. Nadeel is dus wel minder vierkante meters zeil en een aardig gaatje waar je druk verliest wat verminderde voortstuwing betekent. Zeilend blijkt dat alle theorieën kloppen. Het zeil laat zich door middel van de speciaal ontworpen sok met koolstof funnel (trechter) kinderlijk eenvoudig zetten. Sok omhoog en het zeil zet zichzelf rustig, beheerst en veel makkelijker dan een gewone spi. Op de een of andere manier hebben al die draadjes en linten precies door wat hun taak is, want de vleugel vult zich met lucht en staat direct perfect.
Het eerste dat opvalt is dat de Parasailor minder trimgevoelig is dan een spi. Normaal gesproken trim je het loeflijk zo dat hij net een beetje wil krullen maar niet invalt. Dat betekent continu trimmen om hem niet in te laten klappen. Deze spi met vleugel is rond die grens veel vergevingsgezinder; invallen doet hij eigenlijk niet tenzij je de trim heel erg verprutst. En als hij dan invalt gaat dat langzaam en beheerst, net zoals de manier waarop hij zich weer vult. Niet met de venijnige klap die je gewend bent van een spinnaker. Stabiel is het zeil zeker, hij staat als een huis en het verlies in snelheid door het gat in het zeil lijkt enorm mee te vallen. Eigenlijk líjkt er totaal geen verlies te zijn. De lift die het zeil creëert is nauwelijks merkbaar met de 15 tot 20 knopen wind die wij hebben gehad, met wat meer wind zal het vast wel werken. Met een parasailor kan je hoog aan de wind varen. 70° aan de schijnbare wind is geen probleem. Een gennaker is hiermee overbodig. Het gijpen van de Parasailor en spiboom gaat ook makkelijker dan bij een gewone spi doordat hij zo stabiel blijft staan. De beide vleugel-spi’s worden gehesen en gestreken met een slurf. Zowel de spi als de vleugel verdwijnen zonder problemen door de trechter in de slurf.
Het lijkt erop dat het zeil echt doet wat de makers beloven, het is een makkelijker te varen spinnaker die door zijn rust en stabiliteit prima door een toerzeiler is te gebruiken. Daarnaast levert hij gelijke prestaties als een conventionele spi. Ten opzichte van de Parasail is dit zeil iets minder efficiënt bij heel licht weer. Maar bij vlagerige harde wind is de Parasailor in het voordeel. Het zeil is wel behoorlijk wat duurder dan een gewone spi.
De Parasail:
De lift en de stabiliteit in het zeil haalt de Parasail ook uit een soort vleugel. Het verschil is dat deze niet in een grote opening zit, maar alleen aan de onderkant open is. Het werkt dus minder dan een vleugel die lift genereert door de boven- en onderlangs stromende lucht. Boven de vleugel is deze spi dicht. lets minder luchtdrukverlies en iets meer vierkante meters is het resultaat. Ook hier zie je dat de vleugel de lijken naar buiten wil drukken en het zeil stabiliseert. De lucht bij dit zeil wordt door de vleugel aan de voorkant van de spi afgebogen naar beneden en werkt meer als een venturi, een aangebrachte vernauwing. De naar beneden gerichte luchtstroom zorgt, net als bij een Harriër jet, voor de opwaartse kracht. Voordeel van deze constructie is dat het zeil minder winddruk loost als een Parasailor en je dus meer vierkante meters spinnakerdoek overhoudt. In theorie dus een sneller zeil maar ook wat minder vergevingsgezind bij harde vlagen. Maar ook met meer winst bij licht weer. Net als bij de Parasailor is deze vleugel gefixeerd zonder trimlijnen, Tijdens het zeilen overtuigt ook dit zeil door zijn enorme rust en stabiliteit. Een ideale toerspi die staat als een huis. Het is verbazend om te zien hoe rustig en stabiel dit zeil zich gedraagt. Vooral met meer wind is het perfect. Met een parasail kan je hoog aan de wind varen. 70° aan de schijnbare wind is geen probleem. De prijs is wel pittig, je kunt er haast twee gewone spi's voor kopen: een kleine voor veel wind en een grote voor weinig. Als hij invalt gaat dat trouwens heeI geleidelijk en is hij makkelijk op te vangen. Het zeiI geeft een heel vertrouwd gevoel. Met meer wind kan je dit zeil langer laten staan dan een gewone spi.
Eigenlijk lijken de zeilen enorm veel op elkaar als het gaat om gedrag. Het hijsen en strijken gaat bij deze spi ook met een speciaal daarvoor gemaakt sok. De extra snelheid die het zeil zou moeten opleveren hebben we niet echt kunnen meten omdat de Parasail en Parasailor tijdens de test verschilden in maat. Puur gevoelsmatig lijkt er in snelheid weinig verschil tussen de twee te zitten. Ook de te voeren koersen zijn nagenoeg gelijk. Tot 70 graden gaat prima en dat is verschrikkelijk hoog voor een spi. De vraag is hoe schadegevoelig de Parasail is met al die lijntjes.
Een parasailor ter grootte van 75m² kost 2.750 euro. Geadviseerd wordt om hierbij een opbergsok van 650 euro aan te schaffen. Een Parasailor ter grootte van 78 m² kost 3.325 euro. Geadviseerd wordt om hierbij een opbergsok van 595 euro aan te schaffen.
Spinnaker en gennaker:
De spinnaker is door de jaren heen een echte alleskunner geworden. Door de snit van het zeil aan te passen aan de boot en het vaargedrag van de schipper is het zeil multifunctioneel inzetbaar. Een reacher bijvoorbeeld is zo gemaakt dat hij makkelijk hogere koersen kan zeilen. Een runner daarentegen is juist bedoeld om zo 'diep' mogelijk te kunnen varen, zo plat mogelijk voor de wind. De toerzeiler zal meestal kiezen voor een zeil dat daar een beetje tussenin zit. Misschien niet de perfecte prestaties maar wel breed inzetbaar. Met een spinnaker kan je niet hoog aan de wind varen. De spinnaker haalt met moeite 90°.
Een spinnaker blijft voor veel toerzeilers een lastig ding, extra schoten. barberhaulers om te kunnen trimmen, een spiboom met twee lijnen om hem omhoog en naar beneden te houden enzovoort. Ook het hijsen en strijken is iets waar men vaak tegenop ziet. Met een 'slurf', een hoes die om de spinnaker schuift, wordt dit al heel wat eenvoudiger. De Parasail en Parasailor, die toch wel bedoeld zijn voor de toerzeiler, maken hier standaard gebruik van.
Een spinnaker is symmetrisch gesneden, wat wil zeggen dat de lijken gelijk zijn. Door deze vorm is het zeil in eerste instantie bedoeld om voor de wind gebruikt te worden. Door met de schoten en stand van de spiboom de vorm van het zeil te veranderen is het ook mogelijk om hogere koersen te varen. Het zeil krijgt dan een vleugelprofiel. De gennaker of eigenlijk a-symmetrische spinnaker is ongelijk gesneden en heeft daardoor standaard al een vleugelprofiel. Dit zeil is bedoeld om hogere koersen te varen en functioneert pas vanaf ruime wind. Voor de wind is niet te doen omdat de gennaker in tegenstelling tot de spinnaker niet op een boom wordt gevaren, maar direct vanaf het boegbeslag. De spinnaker is met de spiboom naar loef te brengen en daarmee achter het grootzeil vandaan. Bij de gennaker heb je die mogelijkheid niet en wordt hij op een voor-de-windse koers afgedekt door het grootzeil. Het ontbreken van de boom betekent wel dat hij wat makkelijker te hanteren is. Tijdens de test is het duidelijk dat de conventionele spi het snelst is. Het scheelt niet veel, maar gemiddeld is hij net wat sneller dan alle anderen. Qua trim is het wel het meest veeleisende zeil. Wil je dat hij presteert dan moet je bezig blijven. Varen op het randje van inklappen met een kleine krul in het loeflijk levert het meeste rendement. De gennaker vaart een stuk simpeler. De bediening is hetzelfde als bij een genua, al is gijpen een klus. Je moet het zeil voor de voorstag langs zien te krijgen en dat gaat niet vanzelf, Oefening baart kunst want als je het vieren en aanhalen van het zeil goed afstemt met de snelheid waarin je de boot draait, gaat het een stuk eenvoudiger. Gennaker is ontworpen voor een schijnbare windhoek van 65°- 155° Op ruime koersen kan de gennaker goed meekomen, maar voor de wind werkt simpelweg niet. Je zal dan moeten afkruisen. Het is wel mogelijk om de halshoek van de gennaker met een spi boom naar loef te brengen, maar dan behandel je het zeil eigenlijk als een conventionele spi.
Een spinnaker of gennaker ter grootte van 75 m² kan afhankelijk van de fabrikant tussen de 1500 en 3000 euro.
Code Zero:
Een slimme zeilmaker constateerde dat de a-symmetrische gennaker en spinnaker voor ruime- en voor-de-windse koersen weliswaar voldeden, maar dat het gat met de genua nog best groot was. Hij bedacht daarop een zeil voor aan-de-windse koersen in licht weer; de Code Zero. Om op die koers goed te presteren gebruikte hij als basis de vorm van de genua. Om er in weinig wind toch genoeg pk’s uit te halen voegde hij er de oppervlakte van een gennaker aan toe. Een sterke, in het voorlijk ingenaaide lijn zorgt ervoor dat het voorlijk op spanning kan worden getrokken, zonder dat het langs een stag wordt gehesen. Voor het oprollen van een code zero zeil biedt een enkellijns roller uitkomst, waardoor het zetten en weghalen van dit zeil erg eenvoudig is. Ook kan het zeil opgerold blijven staan als deze later weer opnieuw nodig is. De power en acceleratie na het uitrollen van de Code O is spectaculair en nog simpel ook. Op zich een makkelijk te hanteren zeil, maar door het relatief vlakke zeil is een code zero niet geschikt voor ruime koersen. Op deze koersen kan je beter een gennaker of spinnaker zetten.
Code G zeil:
De Doyle Code-G is een combinatie van een Code Zero en een Gennaker. De eigenschappen van beide zeilen zijn samengevoegd tot een nieuw concept: de Code-G. De Code-G heeft een vrijwel recht voorlijk zoals een Code Zero en een positief uitgebouwd achterlijk van een modern gesneden Gennaker. Code G is een lichtweer zeil en is zeer simpel op te rollen in combinatie met een rolsysteem. Door het gebruik van een vrijwel recht voorlijk is het mogelijk om in lichte omstandigheden op te kruisen zoals met een Code Zero. Door het uitgebouwde achterlijk als dat van een Gennaker is de Code-G ook op ruime- en halve windse koersen zeer effectief. Voor de wind kan dit zeil zeer eenvoudig uitgeboomd worden. De Doyle Code-G is ontworpen voor een schijnbare windhoek van 33° – 180°.
Conclusie:
De gewone spinnaker is wel het snelst van de groep. Hij is veel kritischer als het gaat om de trim, maar dat krijg je terug in snelheid. Als je hem vergelijkt met bijvoorbeeld de Parasailor is de spi veel moeilijker en nerveuzer op de grens te varen. De gennaker is een perfect zeil om mee te toeren. Jammer dat je er niet mee voor de wind komt, maar het werkt wel lekker makkelijk. De snelheid op ruime wind is goed. Je vaart er hoog en hard mee. Gijpen moet je even onder de knie krijgen. De Parasailor is een stabiel zeil. Invallen doet hij eigenlijk niet tenzij je de trim heel erg verprutst. En als hij dan invalt gaat dat langzaam en beheerst, net zoals de manier waarop hij zich weer vult. Niet met de venijnige klap die je gewend bent van een spinnaker. Tijdens het zeilen overtuigt ook de Parasail door zijn enorme rust en stabiliteit. Een ideale toerspi die staat als een huis. Het is verbazend om te zien hoe rustig en stabiel dit zeil zich gedraagt. Vooral met meer wind is het perfect. Scheuren van de spi in harde vlagen zou dus tot het verleden behoren. Broachen, onhoudbaar uit het roer lopen, is ook verleden tijd. De prijs van zowel de Parasailor als de Parasail zijn wel pittig, je kunt er haast twee gewone spi's voor kopen. De kite kent een aantal grote voordelen ten opzichte van een conventionele spinnaker. Het grootste pluspunt is dat de kite niet aan een val boven in de mast trekt, maar aan een lijn vanaf het boegbeslag. De kracht die op de boot wordt uitgeoefend, levert dus geen hellend moment op. De bediening is niet eenvoudig. In het begin ben je minimaal met drie man intensief bezig. Leuk is het wel. Het grootste nadeel; de lijnen. Om zo weinig mogelijk gewicht aan de kite te hangen zijn de Dyneema lijnen heel dun en dan ook nog eens 50 meter lang. Het is haast niet mogelijk om ze uit de knoop te houden en de standaard klemmen en lieren aan boord zijn niet geschikt voor deze dikte. Of de kite een vervanger is van de spinnaker is moeilijk te zeggen. Efficiënt is hij zeker en door het rustige rechtop varen is het op lange tochten een aanwinst. De Code Zero is een zeil dat tussen een genua en een gennaker in zit. Het zeil wordt gebruikt op de hogere koersen in licht weer. Op zich een makkelijk te hanteren zeil, vergelijkbaar met een gennaker, maar door het relatief vlakke zeil is een Code Zero niet geschikt voor ruime koersen. Op deze koersen kan je beter een gennaker of spinnaker zetten.
(Bron: Waterkampioen no 17, 2005)
|