Fox 22

Dekbeslag:

Het dekbeslag vormt de verbinding tussen de zeilen en de zeilboot. Op de keuze van het dekbeslag en de plaatsing daarvan heeft een zeiler weinig invloed. De boten worden vanaf werf vaak met een standaard pakket dekbeslag afgeleverd. Maar iedere zeiler heeft zijn eigen wensen en voorkeuren. Alles moet op de juiste plaats zitten, moet goed gedimensioneerd zijn en vooral praktisch werken. Daarom hoeft er niet altijd gekozen te worden voor één soort of één merk dekbeslag. Je moet echt kijken naar wat het beste is voor die ene specifieke taak. Om een boot goed te kunnen bedienen biedt een combinatie van blokken, klemmen en lieren de zeiler de broodnodige (mechanische) hulp.

Blokken, klemmen en stoppers:

Blokken, klemmen, valstoppers en lieren zijn even belangrijk als de zeilen. Het juiste dekbeslag zorgt er voor dat de energie die de wind levert, via de zeilen omgezet wordt in snelheid. Een grootzeil is zonder een vertraging door middel van blokken immers niet te trimmen. Hetzelfde geldt voor het trimmen van een spinnaker. Om trimlijnen naar de kuip te leiden gebruiken we blokken. Ook sluitingen, klemmen en lieren horen bij de trimmiddelen. Op sommige lijnen van een zeilboot staat maar weinig belasting en het bedienen hiervan is eenvoudig. Maar andere lijnen kunnen enorm onder spanning staan, zeker bij harde wind. Als zeiler heb je te maken met grote krachten. Schoten worden niet voor niets op lieren belegd en trimlijnen vele malen vertraagd. Zeilboten gebruiken daarom takels om grote zeilen met menskracht te kunnen bedienen, en enkelvoudige katrollen om de trekrichting van lijnen te veranderen. Katrollen worden vaak in sets toegepast. Ze vormen dan een takel of blokkenstel, dat het mogelijk maakt een zware last met een beperkte kracht te verplaatsen. De naam katrol is ontstaan in de 17e eeuw. In de zeevaart wordt een katrol ook wel blok genoemd naar het woord takelblok. In de watersport werd de nieuwe benaming al snel een begrip, tegenwoordig wordt bijna uitsluitend gesproken over blokken.

Een blok is een onmisbare schakel binnen het krachtenspel van de tuigage. Sommige blokken worden alleen gebruikt om de richting waarin de lijn loopt te veranderen, anderen om krachten op te vangen. Diverse blokken in combinatie met elkaar zorgen ervoor dat de krachten verdeeld worden en dat het veel gemakkelijker is de lijnen aan te trekken. Een mens trekt gemiddeld met circa 25 kilo aan een touw, meer niet! Zet bij harde wind de grootschoot maar eens flink door. Een flink vertraagde lijn is dan geen overbodige luxe. Het is belangrijk dat de schijven van blokken soepel lopen. Doen ze dat niet en is het oppervlak wat ruw, dan gaan lijnen erover schuiven en ontstaat slijtage. Wanneer het touw over meerdere schijven heen en weer loopt, verdeel je de benodigde kracht over meerdere lengtes touw. De hoeveelheid extra trekkracht is afhankelijk van het aantal gebruikte blokken. Zonder al te diep in te gaan op de mechanische kant van de zaak kunnen we stellen dat bij een vierdelig grootschootsysteem, slechts een vierde van de kracht nodig is om een lijn aan te trekken in vergelijking met een losse lijn. Het nadeel is dat je wel meer lijn in moet trekken om hetzelfde effect te krijgen als met een enkele lijn. En het kan geen kwaad om schoten en vallen na verloop van tijd andersom door te voeren. Alle blokken hebben hetzelfde doel; het optimaliseren van het mechanisch voordeel zodat iedereen een lijn in kan trekken en op eenvoudige wijze een boot kan zeilen.

Innovatieve ontwikkelingen:

Blokken zijn ontwikkeld om de best mogelijke verhoudingen te krijgen tussen een zo laag mogelijk gewicht en een zo hoog mogelijke werkbelasting. Naast aluminium is kunststof een veel gebruikt materiaal. De geavanceerde ontwikkelingen in de polymeer technologie heeft geresulteerd in een kunststof dat 10x zo sterk is als staal, wat terug te vinden is in de breeksterktes. Uitgangspunt bij nieuwe ontwikkelingen is om de frictie zo veel mogelijk te beperken, zodat het overbrengen van de kracht van het dek naar het zeil plaats vindt met zo weinig mogelijk slijtage aan het touw. Ze moeten betrouwbaar zijn, mogen amper iets wegen en moeten supersterk zijn, zodat je veilig kunt trimmen ongeacht de weersomstandigheden. Blokken zijn in diverse schijfdiameters te krijgen afhankelijk van de te gebruiken touwdikte en functie. De hoogwaardige blokken van tegenwoordig zijn voorzien van kunststof of composietbehuizing met zeewaterbestendig RVS, met een enkele of dubbele kogellagering of voorzien van kwalitatief hoogwaardige (gepolijste) glijlagers. De kogellagers hebben bijzonder weinig weerstand en een hoge slijtvastheid. Kogel- en glijlager zijn soms gecombineerd. Kogellagers rollen bij bepaalde merken blokken in voorgevormde kogellagerbanen. Deze banen geven de kogellagers een groter draagvlak en een extreem lage frictie. Schijven zijn uitgevoerd in composiet, acetal, carbon, MRT (Metal Replacement Technology) of aluminium. De shackles zijn soms vervangen door Dyneema stropjes, die een verdere gewichtsbesparing opleveren. Verder is een blok al dan niet voorzien van (fixeerbare) wartel of D-sluiting. Sommige fabrikanten gebruiken geen harde sluitingen, klinknagels of andere metalen onderdelen om het gewicht zo laag mogelijk te houden. Het blok moet optimaal beschermd worden tegen langdurige invloeden van zout, zand en zon. Kunststof kogellagers, schijf en zijplaten bevatten tegenwoordig koolstofpoeder voor maximale bescherming tegen UV licht. Lichtgewicht kunststofplaten vervangen soms de RVS strips van de klassieke blokken.

Moderne kunststof en aluminium blokken blinken uit door het extreem lage gewicht en grote trekkracht. Door de open bouw en het gebruik van hoogwaardige materialen krijgen blokken een uitzonderlijk hoge werkbelasting, een extreem lage frictie en een zo laag mogelijk eigen gewicht. Een zelfrichtend blok werkt door middel van een wartel en vrij ronddraaiende lagers samen om de frictie te minimaliseren.

Lewmar, Rutgerson, Harken, Barton, Orbit, Sprenger, Allen, Antal, RWO, OH marine, Karver, Wichard en Ronstan, zijn leveranciers van innovatieve kunststofblokken. Ronstan was voorheen ook wel bekend onder de naam Frederiksen.

Benaming van blokken:

Blokken zijn er in alle soorten en maten. Het blok kent vele benamingen naar vorm en toepassing. De zijkanten heten wangen. De verbindingsstukken die het schijfgat vormen heten middenstuk of dam. De ruimte tussen schijf en dam heet keel (waar het touw doorheen gaat) en de holte van de schijf (touwdiameter) heet spoor. Een dubbelschijfs blok met schijven van verschillende diameter boven elkaar heet naar het uiterlijk vioolblok en een vastgemonteerd blok met slechts één wang heet schildpadblok. Verder hebben sommige blokken tegenover de ophanghaak een oog om het uiteinde, het hondsend (hondenend), aan een talie vast te maken. Onze varende voorouders hebben daar de naam hondsvot aan gegeven. In het assortiment zitten verder blokken met beugel of wartel, enkel-, twee- en drieschijfsblokken, dekblokken, geleideblokken, ratelblokken en blokken met schootklem, micro- en miniblokken, klapblokken, staande- en voetblokken, etc.

Aandachtspunten bij de aanschaf van blokken;

Blokken moeten op de juiste plaats zitten, goed gedimensioneerd zijn en vooral praktisch werken. Daarom hoeft er niet altijd gekozen te worden voor één soort of één merk dekbeslag. Je moet echt kijken naar wat het beste is voor die ene specifieke taak. Hieronder een aantal aandachtspunten waar je op kunt letten bij de keuze van een blok.

  • welke minimale werkbelasting (breeksterkte) is gewenst;
  • welke frictie is acceptabel;
  • D-sluiting of (fixeerbare) wartel;
  • gewicht blok(ken);
  • shackles of Dyneema stropjes;
  • spoor schijf aanpassen aan diameter touw;
  • glij-lagers of kogellagers;
  • enkele of dubbele RVS kogellagers of (gepolijste) kunststoflagers;
  • ratelfunctie automatisch of handmatig;
  • wangen van kunststofplaten of versterkende RVS strips;
  • voorgevormde kogellagerbanen of niet.

Test gelagerde blokken:

In 2009 heeft het Duitse watersportblad Yacht, Europa’s grootste watersportmagazin, een test uitgevoerd naar de onderlinge kwaliteit van 15 gelagerde blokken voor touwwerk Ø 12 mm. Alle bekende merken zijn getest. Het Duitse bedrijf Sprenger kwam als beste uit de test met een score van ‘zeer goed’.

Klik hieronder voor de Yacht zeilmagazin test "Kunststof blokken" (PDF).

Krachtenspel:

Blokken maken het dus mogelijk om grote krachten terug te brengen naar menselijke proporties. De spanning op het blok wordt in eerste instantie bepaald door de werkbelasting op de lijn. Een factor die verder bepalend is voor het blok is de hoek van de lijn. Met één blok aan de giek halveer je meteen de belasting. Hoe groter de hoek die de lijnen maken ten opzichte van het blok, hoe minder gewicht dat aan het blok trekt. Maakt een lijn een hoek van 180 graden dan is de trekkracht op het blok 200 procent. (de kracht van de twee lijnen bij elkaar opgeteld) Maakt de lijn een hoek van 90 graden dan is de trekkracht op het blok nog maar 141%. Een blok die een lijn 30 graden in een andere richting stuurt zal slechts 52% van de werkbelasting overnemen. (info: Harken.com) Grote hoeken zorgen dus voor meer trekkracht op het blok. De kracht op het blok van een genua zijn bijvoorbeeld kleiner dan de krachten bij een niet overlappende fok, omdat bij de laatste de schoot scherper omhoog loopt.

Ratelblokken:

Een nieuwe ontwikkeling op blokkengebied zijn de ratelblokken. De inzet van ratelblokken is dat je zelf minder kracht hoeft te zetten om de schoten in rust in de hand te houden. Het blok neemt een groot deel van de schootspanning over. Sommige blokken beschikken over pallen. Dit betekent dat de ratelblokken meedraaien als je de lijn intrekt, maar dat ze niet in de andere richting kunnen draaien. Door deze extra wrijving is het makkelijker een lijn in de hand te houden. Meestal beschikken ze over een knop of handel waarmee je de palfunctie kunt uitschakelen. Zo is het mogelijk om de ratel continu in of uit te schakelen. Hierdoor kan het blok met weinig wind naar beide kanten draaien. De overgang tussen vrijloop en ratel gaat in principe snel en soepel. Nieuw is ook de instelmogelijkheid bij welke belasting de vrijloop overgaat in ratel. De zogenoemde ‘zelfdenkende ratelblokken’ werken automatisch, de ratelfunctie schakelt automatisch in wanneer de kracht hoger wordt, en schakelt weer uit bij lagere belastingen. Hierdoor vieren de schoten vele malen gemakkelijker bij bijvoorbeeld een bovenboei ronding. Dankzij de extra kracht van het ratelblok is het vasthouden van lijnen en schoten op een winderige dag veel eenvoudiger. De weerstandkracht varieert van 10:1 tot zelfs 20:1, waarbij de lijn minimaal wordt beschadigd. De aanduiding 10:1 bij ratelblokken geeft de krachtverhouding aan. Bijvoorbeeld 10:1 betekent 10 kg. kracht op het ratelblok geeft 100 kg. kracht op het blok/schoot. Volgens deskundigen kan een mens maximaal 25 tot 30 kg kracht leveren op een grootschoot. Het gebruik van een ratelblok scheelt dus behoorlijk en is voor de zeiler een stuk aangenamer. De merken Harken en Orbit leveren goede ratelblokken.

Valstoppers, curryklemmen en clamcleats:

Er zijn twee manieren om te voorkomen dat een lijn niet slipt; vasthouden of vastklemmen. Daarom beschikken de meeste lijnen op een zeilboot over een klem of stopper. Dit kan variëren van simpele clamcleats met of zonder vergrendeling, curry- en schootklemmen tot semi-professionele valstoppers met verschillende typen klemmechanismen.

Valstoppers:

Valstoppers zijn zeer stevige klemmen die het best kunnen worden gebruikt voor lijnen als het val. Spinlock, Lewmar, Rutgerson en Easylock zijn merken die goede valstoppers leveren. Een valstopper belegt en fixeert de lijnen door middel van een ingenieus klemsysteem die het touw ontziet. Iedere fabrikant heeft een eigen gepatenteerd klemprincipe. Met een handel is de stopper, ook onder druk, eenvoudig te openen. Valstoppers zijn er voor een grote diameter-range lijnen en hebben verschillende werkbelastingen. Valstoppers zijn er in enkele, dubbele en drievoudige uitvoering. De stoppers hebben een extreem hoge houdkracht, bij minimale lijnslijtage.


In 2007 heeft het ANWB watersportmagazine Waterkampioen acht valstoppers getest. In een uitgebreide praktijktest bleek dat een stopper niet veel waard is als hij niet goed staat opgesteld. Neem bovendien een lijndikte die de stopper zoveel mogelijk opvult.
Zo haal je het maximale uit je stopper.

Klik op de afbeelding voor de Waterkampioen test ‘valstoppers’ (PDF).



Clamcleat® Keeper

Omdat de diameters van de lijnen steeds kleiner worden door het gebruik van Dyneema en Spectra kunnen ook kleinere stoppers worden gebruikt. Misschien niet direct voor een val, maar wel de lichtere trimlijnen. Een alternatief hiervoor is de Clamcleat® Keeper, een uitbreiding op de conventionele touwcleats. De op de Mets 2005 (Marine Equipment Trade Show) met een Dame Award bekroonde Keeper is ontworpen om het probleem van de lijnen te overwinnen, die per ongeluk losraken in een normale cleat. Deze innovatieve Keeper houdt een lijn vast in een klemmechanisme, in tegenstelling tot een standaard cleat die alleen werkt met V-vormige ribben. Bij het lossen van de lijn zijn de klemkaken gesloten en houdt ‘de Keeper’ de lijn onder controle door middel van RVS geleiders. De krachtige acetal klemkaken geven weinig slijtage aan de lijnen. In combinatie met een nylon cleat heeft de Keeper een veilige werkbelasting tot 200 kg (bij Ø 6 mm lijn). Wanneer de nylon cleat vervangen wordt door een aluminium exemplaar verdubbeld de veilige werkbelasting tot 400 kg. (info: Clamcleat.com) De in verhouding tot andere stoppers beduidend goedkopere Clamcleat-stopper is een goed alternatief voor lijnen tot Ø 6 mm.


Simpelheid troef bij valstopper Constrictor

In 2011 is op de vakbeurs Mets als meest innovatieve product de Constrictor van de Franse touwfabrikant Cousin Trestec gekozen en beloond met een Dame Award. Het product bestaat uit een beige aramide mantel die als valstopper fungeert. Aan één kant zit de mantel geborgd in een aluminium huis, dat op dek wordt bevestigd. Aan de andere kant wordt een hulplijntje in het dek geschroefd dat de mantel op spanning houdt. De aramide mantel rekt mee met de trekrichting van de (in dit geval rode) lijn. Door het uitrekken vernauwt de aramide mantel zich, waardoor deze gaat klemmen zonder de te stoppen lijn te beschadigen. Het val dat door de mantel loopt zit dan muurvast. Met een simpel lijntje met verdikking en een U-vormig klemmetje is de spanning van de mantel af te halen, waardoor de lijn weer vrij kan bewegen. Het vastklemmen en vrijgeven van een lijn is uitzonderlijk eenvoudig. Tests toonden aan dit nieuwe systeem qua breeksterkte niet onderdoet voor standaard stoppers. De Constrictor 10 (voor 10mm. lijnen) heeft een houdkracht van 2.000 kilo, bij een eigen gewicht van 145 gram en weegt daardoor niet meer dan een derde van een gelijkwaardige standaard stopper. De Constrictor is er in verschillen typen, afhankelijk van de te gebruiken lijndiameter.


Curryklem :

De curryklem, ook wel kamklem genoemd, is een uitvinding van Amerikaanse Olympische zeiler Manfred Curry. Met een curryklem kun je een lijn snel beleggen of losgooien. Hij bestaat uit twee ovaalvormige gekartelde bekken die in V-vorm staan. De speciaal ontworpen kammen hebben een optimale grip zonder de lijn te beschadigen. Beide kammen worden door veertjes tegen elkaar gedrukt. Een lijn onder spanning kan niet terugslippen, omdat de blokjes op de staande rand zijn voorzien van ribbels om beter grip op de lijn te krijgen. Deze ribbels helpen de lijn vasthouden wanneer die onder spanning staat. Een lijn die je wilt beleggen, trek je door de klem. Om hem uit de kaken van de curryklem te trekken, trek je de lijn omhoog en in de richting van jezelf. Soms moet dit krachtig gebeuren. Het grootste voordeel van deze klemmen is het gebruiksgemak. Als je curryklemmen gebruikt zorg er dan voor dat de lijn helemaal onder in de klemmen zit, zodat deze veilig wordt vastgeklemd.


Touwklemmen (cleats):

Camcleat touwklemmen hoeven weinig introductie. Het zijn eenvoudige lijnklemmen voor het snel beleggen van touwwerk. Ze zijn licht in gewicht, duurzaam en corrosievrij. De wigvormige klemmen zijn voorzien van V-vormige ribben waartussen de lijn vastklemt. Het principe van naar één punt samenlopende groeven garandeert grip zonder slijtage. Leg het touw in de klem en het klemt zichzelf vast wanneer er spanning op komt te staan. Om de lijn los te maken, trek je het touw naar boven. Clamcleats zijn er in een zeer groot aantal modellen en maten en voor touwdiameters van Ø 3 t/m 16 mm. Wanneer de cleat is aangepast aan de juiste lijndiameter zijn de klemmen geschikt voor hoge belastingen en hebben ze een perfecte houdkracht. Ze zijn er in nylon, (geanodiseerd) aluminium en zeewaterbestendig RVS voor een lange levensduur.


Valgeleiders:

Op de moderne zeilboten lopen meestal alle vallen en trimlijnen naar slechts twee lieren, Met zoveel lijnen en zo weinig lieren, is het onvermijdelijk dat er momenten zijn waarop je de daklay-out beter wilt organiseren. Om de zeiltrim te optimaliseren en het bedieningsgemak in de kuip te vergroten kunnen alle vallen en controlelijnen het beste naar de kuip worden geleid. Bediening van vallen en lijnen vanuit de kuip verhoogd uiteraard ook de veiligheid aan boord, met name tijdens slecht weer. Dek-organizers worden gebruikt om een aantal lijnen zeer efficiënt naar een lier te leiden, of langs een smal gedeelte van de boot te geleiden. Door gebruik te maken van meervoudige valgeleiders, één aan elke kant van het dek, lopen de vallen netjes evenwijdig van de mast naar de kuip. Valgeleiders zijn ook perfect voor vele andere toepassingen die vragen om een meervoudige katrol. Dek-organizers zijn te monteren op gebogen oppervlakken en zijn stapelbaar. Kies je dek-organizers met zorg. Boten tot 40 voet (15 m) kunnen over het algemeen gebruik maken van de standaard geleiders. Bepaalde lijnen, zoals vallen, hebben vaak een zeer hoge belasting. Denk bij de aanschaf aan de toegelaten belasting (werklast) op de schijf van de geleider.

Schoot- en vallieren:

Lieren zijn verkrijgbaar in vele soorten en maten. Ze zijn er in uiteenlopende materialen zoals aluminium, chroom, rvs en brons, of een combinatie hiervan. Hoe weet je wat de juiste lier is voor op je schip? Hierbij valt een standaard opmerking te plaatsen: kies een lier vooral niet te klein en ga voor een hoogwaardige kwaliteit. Te kleine lieren geven meer slijtage aan de lijn en de kans om vastlopen (beknijpen) is groter. Goede plaatsing is belangrijk. Theoretisch moet de lijn enigszins van onderen naar de trommel lopen. Om precies te zijn onder een hoek van 2 - 10 graden. Dat mag bijna parallel met de schuine onderzijde van de trommel zijn.

Vertraging:

Binnen in de dichte schootlieren zit een ingenieus systeem van tandwielen en pallen verborgen. De tandwielen vormen samen een soort versnellingsbak die zorgt voor een 'vertraging', een overbrenging die het werk lichter voor ons maakt. De tandwielen in de lier bepalen de verhouding van de vertraging. De inwendige constructie kan bestaan uit nikkel, rvs, aluminium of brons. Pallen worden bij de betere kwaliteit lieren vaak gemaakt van koud geperst roestvast staal waardoor ze onbreekbaar zijn. De meeste schootlieren draaien rechtsom (met de klok mee). Bij een standaard schootlier houd je met één hand de lijn strak om de lier, en met de andere hand draai je de vergrendelbare lierhandel rond om de lijn door te zetten.

Voor het zeilen van wedstrijden heb je alle kracht nodig die je kunt krijgen, maar ook voor de toerzeiler is het belangrijk om met weinig mankracht het schip goed te kunnen varen. Daarom heb je een vertraging nodig. Vertragen betekent de kracht die nodig is verdelen over meer meters. Hoeveel kracht zet je met een lier? Een slag van 30 centimeter met de lierhendel zet de schoot misschien maar enkele centimeters door. Volgens de geleerden kan een mens ongeveer 25 tot 30 kg kracht leveren op een lierhendel van een schootlier. Met een middelgrote lier kun je daarmee de schoot doorzetten met een kracht van 600 kg. Een vertraging van 4,5:1 betekent dat je de lierhendel 4,5 maal rond moet draaien om de trommel 1 maal rond te krijgen. Daarvan afgeleid is een ander getal, de ‘krachtverhouding’. De aanduiding 8:1 bij lieren geeft de krachtverhouding aan. Bijvoorbeeld 8:1 betekent 10 kg. kracht op de lierhandel geeft 80 kg. kracht op de drum/schoot. De vertraging is 1:1. Deze getallen vind je bij de technische gegevens van de lier. De frictie (wrijving) in de constructie van de lier is verwaarloosbaar. Vervolgens kijk je naar de lengte van de hendel. Hoe langer de hendel hoe meer kracht je kunt leveren.

De Barton lieren van de Fox 22 zijn gemaakt uit een combinatie van versterkte polymeren en RVS. Dit maakt het mogelijk relatief lichte schootlieren te produceren, die toch sterk en duurzaam zijn. De fokkeschoten zijn met curryklemmen vast te zetten.

‘Self-tailing’ of ‘standaard’ lieren

Bij een standaard schootlier houd je met één hand de lijn strak om de lier en met de andere hand draai je de hendel om de lijn door te zetten. Houd vingers bij de lierdrum weg en kijk uit voor lijnen op spanning. Leer controle over de lijnen te krijgen met een paar slagen om de lier en de klem. Zeilhandschoenen beschermen tegen brandwonden door het te snel vieren van lijnen. Self-tailing schootlieren (zelf beleggend) hebben bovenop de trommel twee extra schijven waar de lijn tussen geklemd kan worden. De self-tailing arm is gekromd om een perfecte lijnaanvoer te verkrijgen. Door de goede grip op de drum wordt de wrijving geminimaliseerd en verhoogt zo het rendement van de lier. Het self-tailing mechanisme past zich automatisch aan de verschillende schootdiktes. Dit zorgt ervoor dat de schoot in de self-tailing kop exact dezelfde weg aflegt als de schoot op de drum, hierdoor worden de wrijvingsverliezen geminimaliseerd. Bij een self-tailing lier kun je een dunnere schoot gebruiken, omdat je minder met de lijn in je handen werkt. Een self-tailing lier werkt iets zwaarder, omdat de schijven wrijving geven op de lijn.

Een standaard lier kan ook uitgerust worden met een rubber flens voor de bovenkant van de lier. Deze maakt van een standaard lier een self-tailinglier. Dat werkt als volgt: bij het doorhalen van de schoot klimt deze omhoog langs de drum van de lier en zet zich vast tegen de kop van de rubber flens. Vervolgens kan de schoot in de V-vormige self-tailingring van de rubber flens geklemd worden en hoeft niet extra geborgd worden.

Lieren zijn soms ‘dubbelwerkend’. Je hebt dan de mogelijkheid om met de hendel de twee versnellingen te draaien voor een andere vertraging. Dubbelwerks lieren geven je de mogelijkheid het lichte werk vlot te doen en het dubbelwerk te gebruiken voor het laatste zware stukje.

Kenmerken van een schootlier:

Schootlieren worden gebruikt om een lijn door te zetten. Dat kan een schoot zijn, maar ook een bakstag, val of reeflijn. Vaak heeft dezelfde lier meerdere functies aan boord. Bijvoorbeeld over de ene boeg voor de fokkenschoot en over de andere boeg zeilend voor het bakstag. Het kenmerk van een schootlier is dat de trommel maar één kant op kan draaien. Een pal verhindert het terugdraaien. Verder heeft een schootlier geen rem. Om voldoende weerstand te krijgen moet de schoot twee tot drie keer om de trommel liggen om voldoende weerstand te geven. Haal eerst de lijn met handkracht zover mogelijk door. Gebruik de hendel pas als het handwerk te zwaar wordt. Een risico van lieren is dat je veel sterker bent dan je gewend bent. Daarom is het belangrijk altijd goed je aandacht er bij te houden. Kijk bijvoorbeeld naar het zeil dat je aantrekt en zie wat de gevolgen zijn van je actie.

Kenmerken van een vallier:

Dit zijn speciale lieren om een zeil mee te hijsen. Het val is bevestigd op de trommel. Je kunt met deze lier dus geen andere klusjes doen, zoals de reeflijnen doorzetten. In tegenstelling tot de schootlier heeft deze lier geen pal, maar een bandrem die voorkomt dat de trommel terugdraait. De rem bedien je met een pin die in de lier gedraaid is en de remband aanspant. De laatste halve slag is de rem met de pin te regelen om het val te laten vieren. Denk er om dat de hendel meedraait als je het val laat vieren. Dus ook hier altijd de hendel uit de lier halen!



Onderhoud van schootlieren:

Bij lieren is regelmatig onderhoud de manier om problemen te voorkomen en het materiaal in topconditie te houden. Zon, regen, zout en zand zorgen voor slijtage. Lieren hebben minimaal een keer per jaar onderhoud nodig. Wees er op bedacht dat de pallen en veren niet "exploderen" bij het openen van de lier. Een praktische tip is om een kartonnen doos zonder bodem om de lier heen te plaatsen, die voorkomt dat wegschietende onderdelen in het water vallen. Begin met het losdraaien van de centrale bout in de lier. Til daarna de trommel voorzichtig op. Kijk uit dat de lagers niet meekomen. Zorg ervoor dat er geen zand of vuil in de tandwielen achterblijft. Zand geeft hetzelfde effect als schuurpapier. Eenmaal schoon wordt elk onderdeeltje zorgvuldig opnieuw ingevet. Druk de tube niet in een lier leeg, maar breng een dun filmlaagje aan met een klein kwastje. Uitgangspunt hierbij is dat het gebruikte vet van goede kwaliteit moet zijn. Een goed middel hiervoor is Teflon lierenvet dat bij watersportwinkels en lierfabrikanten te koop is. Dit kan tegen zout, is waterbestendig, bestand tegen hoge druk en is goed te verwerken. Als de lier gesmeerd is kan de lier weer in elkaar worden gezet. Voor smering wordt door Barton Marine UK de WD40 aanbevolen. De lier zal nu veel soepeler draaien. Goed lopende lieren slijten minder en verhogen het zeilplezier aan boord. Regelmatig onderhoud zorgt ervoor dat lieren soepel hun werk doen. Ook wordt de kans op corrosie daar waar aluminium en rvs samenkomen minder. Als er niet gevaren wordt kan je de lieren het best afdekken met lierhoezen om ze te beschermen tegen zand, zon en regen. Een goed moment voor een smeerbeurt is voor de boot in de winterstalling gaat.


Foto: Simone Wiersma