|
Touwwerk
Zonder touwwerk zeilt er geen boot. Tientallen meters touw heeft een zeiljacht aan boord met allemaal verschillende functies en eigenschappen. Vallen, smeerrepen, landvasten, ankerlijn, neerhouder, schoten, kraanlijn, etc. Aan elke lijn worden weer andere eisen gesteld. Een ankerlijn en landvast moeten rekken en vallen en schoten juist weer niet. Lieren en valstoppers moeten grip op het touwwerk hebben. Trimlijnen en spischoten moeten prettig in de hand liggen. Racers en zelfs recreatieve zeilers zijn altijd op zoek naar een nieuwe manier om extra snelheid uit hun schip te halen. Beter touwwerk kan duidelijk verschil maken. Maar welke touwsoorten zijn er op de markt en welke moet je kiezen?
Wanneer we het over touwwerk hebben is er zoveel keus, dat er bijna ‘geen touw meer aan vast te knopen is’. Alle lijnen hebben hun specifieke kenmerken, toepassingen en niet te vergeten bijbehorende prijzen. Honderden soorten touw om uit te kiezen. Allerlei kleuren, verschillende diameters en vezels, geslagen of gevlochten strengen. Polyester met of zonder Dyneemakern, eventueel voorgerekt en voorzien van verschillende coatings, alles in diverse breeksterkten en rek. Kiest u maar……
De plantaardige vezels:
Natuurtouw wordt gemaakt van natuurvezels, zoals katoen, kokos, hennep, sisal of manilla. De grondstoffen worden gewonnen uit de bladeren, stengels en/of vruchten van de planten. De zeilen en touwen van de eerste schepen die de wereldzeeën bevoeren, waren van geweven en gevlochten hennepvezels. Natuurtouw is slijtvast, relatief goedkoop, sterk en geeft weinig rek. Daarnaast is het milieuvriendelijk, goed afbreekbaar en brandvertragend. Omdat natuurvezels niet zo lang mee gaan, werd heel wat roofbouw gepleegd om aan de niet aflatende vraag naar natuurvezel te voldoen. De grootste vijand van natuurvezeltouwwerk is vocht. Als dat niet vrij kan verdampen, treedt er na 24 uur een onomkeerbaar rottingsproces op. Zeilers proberen dit te voorkomen door nat natuurvezeltouwwerk op te hangen in losse bochten. Het enige resultaat daarvan is dat het vocht in de onderste bochten zakt en daar, op de grens van nat en droog, rotplekken doet ontstaan. Natuurvezeltouwwerk met rotplekken (al is het er maar één) is gevaarlijk! Maar aan natuurtouw is vaak slecht te zien wanneer het versleten is. Dit kan dan vervelende situaties opleveren tijdens slecht weer/storm. De trieste statistieken leren dat een groot deel van ernstige ongevallen aan boord hier aan te wijten was. Dit is de reden dat we tegenwoordig voornamelijk kunststof lijnen gebruiken, voor hun betrouwbaarheid en gemak.
Hennep:
Hennep wordt gewonnen uit de stengel van de cannabis-plant. Deze natuurvezel werd vroeger het meest gebruikt voor het maken van touw. De vezels zijn harig en los. Goede kwaliteit is zilvergrijs. Om rotten tegen te gaan werd hennep vaak geteerd. Tegenwoordig wordt hennep amper nog gebruikt. Het wordt bijna alleen nog in kleine diameters gemaakt om gebruikt te worden als takelgaren.
Sisal:
Sisaltouw wordt gemaakt van vezels uit de bladeren van de Agave en is wit of ecru van kleur. Sisalvezels zijn hard en ruw en drijven niet. Sisal touw is bestand tegen vocht en wordt daarom in vochtige omgevingen gebruikt. Het is goedkoper dan hennep of manilla en wordt als vervanging daarvoor gebruikt.
Manilla:
Uit de harde bladeren van een wilde bananenplant op de Filippijnen wordt manilla vervaardigd. De harde vezels kunnen enige meters lang zijn. Goede manilla is glanzend goudgeel van kleur. Manilla trossen werden vaak geteerd om rotten tegen te gaan. Dit teren ging wel ten kosten van ca 30% van de sterkte. Manilla komt uitsluitend in geslagen vorm voor. Met de komst van de moderne kunstvezels worden deze natuurvezels in de praktijk weinig meer gebruikt.
De bekendste kunststof vezelsoorten:
Drie vezelsoorten die veel in de watersport worden gebruikt zijn polyamide -beter bekend als Nylon-, polyester en polypropeen. Dan is er nog Dyneema, een nieuwe polytheen vezel ontwikkelt door DSM, die weinig rekt en licht van gewicht is.
De verschillende constructies:
Een kunststoftouw wordt gemaakt door dunne draden te vlechten of door vezels of strengen om elkaar heen te draaien; dit heet slaan. Strengen zijn om elkaar heen gedraaide vezels. De kern bestaat uit getwijnde of ongetwijnde garens in gevlochten of geslagen uitvoering. Het gevlochten omhulsel noemt men mantel. De kern (en eventuele mantel) levert de breeksterkte. Bij getwijnd touw spreken we eigenlijk niet van touw maar van garens. De garens kunnen bestaan uit een enkelvoudige draad, maar ook uit een veelvoud daarvan. Twijnen betekend eigenlijk draaiing. De garens zijn dus in elkaar gedraaid. Getwijnde garens kunnen als eindproduct ingezet worden maar zijn ook de basis voor geslagen en gevlochten touw. Het productieproces van uitgekiend twijnen en vlechten resulteert in een touw met uitzonderlijke eigenschappen.
Geslagen en gevlochten lijnen:
Er zijn twee basisconstructies voor lijnen (geslagen en gevlochten) en een aantal combinaties daarvan. Iedere constructie heeft zijn eigen voor- en nadelen. De hoofdreden hiervan is dat een ideale lijn zo sterk mogelijk moet zijn, soepel en licht in gewicht en met een zo lang mogelijke levensduur. Deze eisen zijn soms tegenstrijdig, zodat voor ieder gebruik de beste constructie moet worden gevonden. Een veelvoud van combinaties van bovenstaande constructies is mogelijk en sommige worden aan boord van jachten gebruikt. Daarom is het ook moeilijk om te spreken van standaard polyester lijnen.
- Geslagen lijnen - Geslagen lijn is waarschijnlijk de oudste constructie en is de basis voor vele soorten lijn, garens en staaldraad. Geslagen lijnen zijn sterk en betrouwbaar, maar kunnen in gebruik gaan kinken. Bij geslagen touw worden strengen touw om elkaar geslagen. Dit kan in een 3, 4 of 6 strengs constructie. Het meest gangbare is de 3-strengs uitvoering. Het voordeel van geslagen touw is dat het vrij gemakkelijk te splitsen is. Op jachten wordt 3-strengs geslagen lijn meestal gebruikt als landvasten en ankerlijnen en niet voor schoten of vallen.
- Gevlochten lijnen - Vlechten is de andere basisconstructie voor schoten. In de eenvoudigste vorm wordt een aantal garens samengevlochten, met in het hart vaak een geslagen kern. Indien ook de kern gevlochten is, spreken we van dubbelgevlochten schoot (braid on braid). In dit geval zijn de beste eigenschappen voor zowel kern als mantel samengebracht. Het kan in een 8, 16 of 24 voudige gevlochten mantel. De meeste vallen en schoten hebben een dubbelgevlochten constructie met meestal een mantel van polyester en een kern van polyester of Dyneema.
Wat is beter; gevlochten of geslagen lijn en waarom?
Een gevlochten lijn wint het van een geslagen lijn, vanwege de volgende eigenschappen:
- meer rek (de vezels liggen bij een geslagen kern meer in de lengterichting waardoor er minder rek ontstaat);
- minder kwetsbaar voor schavielen (als een van de strengen van een geslagen lijn is doorgesleten, gaat de breeksterkte van de lijn hard achteruit);
- kinkt minder snel;
- soepeler, dus gemakkelijker te knopen of te beleggen;
- ligt fijner in de hand en je werpt er preciezer mee;
- gevlochten is duurder dan geslagen.
Polyester:
Dacron, Terylene, Tiptolest, Marlowbraid en Spunolest zijn o.a. merknamen waarmee polyester op de markt verkrijgbaar is. Polyester is het meest gebruikte materiaal voor lijnen. Een alleskunner, zeer geschikt voor cruisers. Het kan goed tegen UV-straling. De kwaliteit van de polyester garens is bepalend voor de vormvastheid van een polyesterlijn op langere termijn. Een polyester lijn die met fijne garens is gesponnen is van nature vormvaster dan een lijn uit dikkere garens. Een minder fijn materiaal werkt sneller en is dus voordeliger om te produceren. Het aloude adagio; goedkoop is duurkoop is hier zeker van toepassing. Polyesterlijn is relatief goedkoop en heeft over het algemeen redelijke eigenschappen. Deze lijnen zijn verkrijgbaar tot ca 25 mm dikte in zowel geslagen als gevlochten vorm. Polyester lijnen zijn zwaarder dan water. In vergelijking met polyamide en polypropeen rekt het materiaal een ietsje minder en heeft een wat lagere breeksterkte. De breeksterkte is de kracht die nodig is om een proefeindje nieuw touw van één meter in een proefbank stuk te trekken. Het is wat zwaarder dan polyamide. Polyester lijnen voldoen prima voor de doorsnee zeiler, ze gaan lang mee, zijn goed bestand tegen UV-licht en hebben een gunstige prijs/kwaliteit-verhouding.
Gevlochten polyester lijnen zijn een goede oplossing voor diverse trimlijnen en schoten. Vooral voorgerekte polyester lijnen komen hiervoor in aanmerking. Het standaard polyester touw rekt tussen de 10 en 14%, voorgerekt polyester heeft rond de 5% rek. De keuze voor een geslagen kern in plaats van een gevlochten kern geeft al minder rek. De vezels liggen bij een geslagen kern meer in de lengterichting waardoor er minder rek ontstaat. Dyneema lijnen vertonen nog minder rek; 3% of minder - tot zelfs onder de 1%. Misschien verstandig om Dyneema en voorgerekt polyester toch even tegen elkaar af te wegen. Voorgerekt polyester kost de helft van Dyneema. Zeilers die wat meer eisen stellen aan het minimaliseren van de rek in vallen en/of schoten komen al snel bij de Dyneema/Spectra lijnen terecht. Polyester is ook uitstekend materiaal voor mantels; er zijn bijvoorbeeld lijnen met een Dyneema kern en een polyester mantel.
Voorgerekt polyester:
Gevlochten polyester lijnen zijn een goede oplossing voor diverse trimlijnen en schoten. Indien men niet al te veel eisen stelt aan de rek van een val of schoot kan hier polyester voor gebruikt worden. Rek en voorgerekt zijn veelal ondergewaardeerde begrippen waarmee zorgvuldig moet worden omgesprongen. Helaas komt het in de markt vaak voor dat er in de omschrijvingen van producten handig gebruik gemaakt wordt van het begrip rek. Een gegeven percentage zegt meestal niet veel als het referentiekader niet gegeven is. Wat heel veel mensen niet weten is dat rek altijd in een percentage van de helft van de breeksterkte gegeven wordt. Dit betekent dat hoe hoger de breeksterkte van de lijn is, des te lager de rek. De breeksterkte op zijn beurt is weer afhankelijk van constructie en materiaal. Daarnaast zijn er ook altijd twee soorten rek; materiaalrek (de polyestervezels) en constructierek (geslagen of gevlochten).
Er zijn meerdere methoden om voorgerekt polyester te produceren. Door middel van spanning op het pas geproduceerde materiaal te zetten wordt de eerste rek uit het polyestertouw getrokken. Het thermisch bewerken van polyester touw is een andere optie. Het voorrekken van polyester gebeurd d.m.v. het verhitten van de garens, waardoor de rek afneemt. De polyesterlijn wordt door een heat set (oven) getrokken. Een microscopisch dun laagje van de vezellaag rond de buitenkant van de kern verhard, waardoor de lijn harder wordt en minder rek vertoont.
Polypropeen:
Polypropeen is ontwikkeld in het begin van de vijftiger jaren. Polypropeen (vroeger polypropyleen genoemd), op de markt onder de merknamen Gripolene en Slipstream, is een kunstvezel met een matige slijtvastheid en geringe duurzaamheid. Polypropeen lijn is voor veel doeleinden geschikt: van schoot tot multipurpose bevestigingslijn. Lijnen gemaakt van polypropeen zijn redelijk ruw en daardoor plezierig vast te houden. Ze zijn licht en bovendien blijven deze lijnen drijven op water. Nadeel is dat het materiaal zeer gevoelig is voor UV straling in zonlicht. De lijnen krimpen hierdoor en worden hard. Polypropeen is minder sterk dan polyamide of polyester, maar is veel goedkoper te produceren. De kwaliteiten verschillen zeer. Polypropeen is goedkoop en is nieuw bijna net zo sterk als polyester. Polypropeen is de laatste jaren te koop tegen afbraakprijzen. De sterkte (en prijs) loopt terug wanneer er geen of slechte UV behandeling heeft plaats gevonden. Polypropeen wordt behalve met polyester kern ook gebruikt in combinatie met een kern van Dyneema. De gemengde strengen bestaan uit zeer fijne vezels: multifilamenten. Deze multifils vormen de soepele tegenhanger van de stugge polypropeen-monofilamenten, zoals we wel bij de bouwmarkt tegenkomen. Polypropeen lijnen zijn meestal geslagen en bruin van kleur. Andere soorten zijn gekleurd en lijken op polyester. Ze zijn echter altijd ruwer en stugger. Polypropeen lijnen zijn verkrijgbaar tot ca 120 mm dikte.
Polyamide:
Polyamide is onder handelsnamen als Nylon en Dralon op de markt. Het is een soepele lijn met een dichtheid groter dan die van water. Polyamide neemt water op en de lijn zinkt dus. Van polyamide wordt een sterke touwsoort gedraaid of gevlochten. Polyamide is zeer elastisch, kan tot 40 procent meegeven, maar neemt na het weghalen van de spanning zijn oude vorm weer aan. Nylon was het eerste synthetische materiaal dat werd gebruikt voor het maken van touw. Het is slijtvast en drijft niet. Nylontrossen kunnen gevaarlijk zijn bij breken. Het geeft hetzelfde effect als een elastiek, maar dan 1000 keer meer. Polyamide lijnen worden meestal geslagen, gevlochten of vierkant gevlochten Als het materiaal nat wordt zal het daardoor tien tot vijfentwintig procent in sterkte achteruit gaan en in gewicht toenemen. Uitermate geschikt voor ankerlijnen en landvasten. Zelfs voorgerekt nylon rekt onder maximale belasting nog aanzienlijk: 15 to 20%. Een gevlochten kern en mantel van dit materiaal levert een zeer sterke en elastische lijn op die goed in de hand ligt. Moderne polyamide lijnen zijn goed bestand tegen UV-straling, maar deze straling heeft wel een verhardend effect op de lijn.
Polyetheen:
Polyetheen, handelsnaam Tiptolene, is het bekende oranje touw. Het is hard, glad en stug. Bovendien is het een lijn met veel rek en de sterkte is minder dan van de andere kunstvezels. Voordeel van deze touwsoort is dat het goedkoop is. Verder blijft het drijven op water. Doordat de lijn stug en glad is, is het materiaal lastig te gebruiken aan boord. Je ziet het dan ook zelden aan boord van een zeilschip. Als het al gebruikt wordt dan is het voor een wintertent of iets dergelijks.
Aramide:
Aramide wordt op de markt gebracht onder de namen Technora, Kevlar (handelsnaam van Dupont) en Twaron (Teijin company). In alle gevallen gaat het om nagenoeg dezelfde vezel. Aramide lijnen vertonen weinig rek, zijn zeer slijtvast en hebben een hoge breeksterkte. Ook kan aramide zeer goed tegen hitte. Een nadeel van Aramide is dat de vezels kunnen breken als deze een scherpe bocht maken zoals bij knopen en kinken. Deze leveren sterkteverlies op. Door de mantel is deze slijtage niet zichtbaar, waardoor de lijn ineens kan breken. Verder is Aramide slecht bestand tegen vocht en UV straling. In de praktijk zie je dat Aramide in de watersport bijna niet meer wordt gebruikt, behalve in laminaatzeilen en in hybride mantels, bijvoorbeeld gecombineerd met polyester. De meeste zeilers gebruiken tegenwoordig Dyneema of Spectra lijnen in plaats van Aramide.
Vectran:
Vectran heeft bijna dezelfde kleur als aramide, maar heeft een hogere breeksterkte. Een groot voordeel van Vectran is dat dit materiaal bijna geen 'kruip' vertoont (kruip, ook wel creep genoemd, is de blijvende rek die optreedt bij langdurige hoge belasting van 72 uur of langer). Hierdoor is Vectran een ideale lijn om als bakstag te gebruiken. Het wordt ook wel gebruikt om verstaging van te maken, of bij de grotere wedstrijdschepen als vallen. Het geeft goede grip op lieren maar houdt niet van knopen. Als kern is Vectran, net als Dyneema, zeer goed toepasbaar in lijnen die weinig mogen rekken. Vectran is een high-performance garen dat gesponnen wordt van Vectra LCP (Liquid Crystal Polymer). Daarmee is Vectran de enige commercieel beschikbare (gesmolten) LCP vezel ter wereld. Vectran vezels beschikken over een uitzonderlijk hoge breeksterkte en stijfheid. Vectran is bij vergelijkbare dikte vijf maal sterker dan staal en tien maal sterker dan aluminium. Vectran is erg UV gevoelig, daarom is het onverstandig om de lijn zonder mantel te gebruiken.
PBO:
PBO (Zylon) is de modernste vezel die in touwen wordt gebruikt. PBO staat voor polybenzoxazole. Dit materiaal is enorm sterk, heeft zeer weinig rek en zo goed als geen last van creep. Een ideaal materiaal voor bakstagen, die lange tijd onder hoge spanning staan. PBO weet een aantal zeer aantrekkelijke eigenschappen te combineren. Het heeft een zeer hoge breeksterkte, zeer weinig rek en zeer weinig kruip. Bovendien licht het smeltpunt erg hoog. PBO is ongeveer 50 procent sterker dan RVS draad en 75 procent lichter. Helaas heeft dit ideale materiaal ook een nadeel... PBO-vezels zijn niet alleen gevoelig voor een verhoogde luchtvochtigheid, maar zeer gevoelig voor UV-licht. Door de inwerking van UV-straling en vocht heeft deze supervezel een beperkte levensduur. Een PBO vezel die (zonder mantel) 24 uur onder een tl-buis heeft gelegen verliest al ca 50% van zijn breeksterkte. Daarom is de levensverwachting onlosmakelijk verbonden met de duurzaamheid en de beschermende waterdichte coating rond de PBO vezelbundel. Dit materiaal zal dus altijd met een mantel gebruikt moeten worden. PBO wordt toegepast als bakstagen van Maxi's.
Dyneema en Spectra:
Dyneema en Spectra zijn de handelsnamen van nagenoeg hetzelfde type lijn. Dyneema® is een handelsnaam van DSM. Daarnaast produceert het Amerikaanse Honeywell in licentie Dyneema onder de naam Spectra®. De belangrijkste eigenschappen van het in 1979 in Heerlen uitgevonden Dyneema zijn de relatief zeer lage rek, zeer hoge breeksterkte en het lage gewicht. Dyneema (High Performance Polyethyleen of HPPE) is op gewichtsbasis de sterkste vezel ter wereld. Op basis van gewicht is de vezel zo'n vijftien keer sterker dan hoogwaardig staal en tot 40% lichter dan Aramide touwwerk met dezelfde sterkte. Dyneema drijft op water en is zeer duurzaam en bestendig tegen vocht, UV-licht en chemicaliën. Minpunt is het fenomeen 'kruip' waar Dyneema gevoelig voor is. Hierdoor treedt bij langdurige statische belasting blijvende vervorming op van de vezels. Kruip in touwwerk is echter minder dramatisch dan het klinkt. Lopend want wordt dusdanig vaak getrimd en versteld, dat kruip daar geen probleem vormt. Lijnen met Dyneema zijn de sterkste die in de zeilsport beschikbaar zijn. Maar laten we wel even relativeren. Dyneema schoten en vallen laten een stalen knikspant toerjacht echt niet sneller varen.
Dyneema combineert een aantal, met name voor de wedstrijdzeiler aantrekkelijke eigenschappen. Het vertoont weinig rek en is tevens meer dan 2.5 keer zo sterk als polyester. Bovendien weegt het materiaal weinig en kan eventueel nog worden verjongd door de mantel te verwijderen. Een spinnaker of gennaker voer je met lichter weer. Dan wil je geen zware schoten aan dat zeil hangen. Lichtere schoten maken een gennaker en spinnaker veel stabieler. Door Dyneema te verjongen kunnen zeer lichte maar sterke spinnakerschoten worden verkregen. Vooral bij Dyneema schoten is de slijtage bij stoppers groot. Als een spinnaker inslaat en weer volslaat, zal de schok niet worden opgevangen door rek in de lijn, en dus zal de stopper de volledige schok moeten opvangen wat weer gevolgen heeft voor de mantel. De oplossing hiervoor is gewoon door de schoot af-en-toe om te draaien. Daarmee loopt er weer een ‘vers’ stuk lijn door de blokken en stoppers en wordt de levensduur verlengd. Indien de schoot gesplitst is, kan de splits verlegd worden. Voor sommigen reden genoeg om bijvoorbeeld een spinnakerval toch maar uit te voeren in polyester: iets meer rek en demping.
Dyneema lijnen vertonen weinig rek, maar nieuwe lijnen moeten eerst nog hun constructie-rek kwijt raken. De eerste keren dat een lijn op spanning wordt gebracht kan de rek ca 6% zijn, na een paar keer verminderd dit tot 3% of minder - tot zelfs onder de 1%. Dyneema vezels zijn glad, kunnen snel slijten en hebben een laag smeltpunt. Dyneema is op z'n best met kern, dus wordt het veel toegepast met polyester mantel. Omdat de vezels zo glad zijn is er ook een tussenmantel nodig om de vezels in de mantel op hun plaats te houden. De laatste generatie Dyneema heeft geen tussenmantel meer, maar een stroeve polyurethaan coating die het schuiven voorkomt. De mantel zelf kan daardoor dikker worden uitgevoerd en is daarmee slijtvaster. Een goed werkende tussenmantel of coating verbetert het doorgeven van de krachten en voorkomt dat kern en mantel ten opzichte van elkaar verschuiven. Mantels en tussenmantels hebben nog een ander voordeel: zodra ze zich onder belasting strekken, persen ze de vezels van de kern samen. De vezels functioneren dan als een samenwerkend geheel.
Door voor Dyneema te kiezen kiest een (wedstrijd)zeiler voor een geringere dikte in vergelijking met polyester. Een tien millimeter dikke val van Dyneema is net zo sterk als een zestien millimeter dikke val van polyester, maar is twintig procent lichter. Voor wedstrijdzeilers die zo weinig mogelijk gewicht in de mast willen is dat erg aantrekkelijk. Voor gewichtsbesparing kunnen we Dyneema lijnen verjongen door de mantel eraf te halen, zodat alleen de kern overblijft. De mantel zorgt voor 4% van de breeksterkte, de kern voor 96%. Geen reden dus om een val niet te verjongen. De kosten van een Dyneema lijn liggen fors hoger. De beste polyester lijn van twaalf millimeter heeft een breeksterkte van 4300 daN)* en kost ongeveer 4 euro per meter. De vergelijkbare Dyneema is acht millimeter. Deze kost ongeveer 10 euro per meter, maar weegt wel veel minder. De kwaliteit van Dyneema lijnen wordt aangegeven met een SK-nummer. Hoe hoger dit getal, hoe beter de kwaliteit. De SK75 is minimaal 10% sterker dan de SK65. Het nieuwe type Dyneema SK78 schijnt aanmerkelijk minder 'kruip' te vertonen dan het veel toegepaste type SK75. Een lijn met SK90 als kern heeft, terwijl de mantel gemaakt is van een mix van PBO en SK75, een extreem hoge slijtvastheid en een lange levensduur. Dyneema is vergelijkbaar met Kevlar, Spectra, Vectran, Zylon, Twaron, al heeft Dyneema de beste eigenschappen voor touwwerk aan boord. Het is na polyester de meest gebruikte vezel die touwfabrikanten verwerken.
)* Breekkracht wordt in daN uitgedrukt; 1 daN komt overeen met 1 kilogram kracht
Breekkracht-tabel ; Polyester – Dyneema:

Advies: Kies de diameter van een lijn zodanig, dat de belasting van de lijn in het toepassingsgebied beneden 40% van de breeksterkte blijft.
Welke diameter touwwerk?
Wanneer je polyester lijnen vervangt door Dyneema zal de diameter vanuit het oogpunt van breeksterkte kleiner worden. Het voordeel hiervan is dat dunne lijnen vaak veel soepeler over de blokken lopen (buigen gemakkelijker) dan dikke lijnen en bijvoorbeeld het hijsen zal dus aanmerkelijk lichter gaan. Maar er schuilt wel een ‘addertje onder het gras’. Hou er dan rekening mee dat je dan ook de schijven van de blokken en stoppers moet vervangen. De stoppers aan dek bepalen in principe de minimale diameter van je lijnen. Denk daaraan voordat je enthousiast al je 12 mm lijnen vervangt voor 8mm Dyneema… Wie Dyneema kiest streeft doorgaans naar minimale rek en de rek is het minst als de nieuwe Dyneema lijnen dezelfde diameter hebben als de oude lijnen. Krijgen nieuwe lijnen wel een kleinere diameter kies dan niet voor een filterdunne lijn. Deze zullen namelijk proberen de schijven van de blokken in tweeën te snijden. Zorg ervoor dat de schijfdiameter van een blok minstens zes keer de lijndikte is. Kijk wel wat de minimale (en maximale) lijndikte is voor de valstoppers. Er zijn stoppers die daar erg gevoelig voor zijn. Vooral de stoppers die ontworpen zijn voor hoge belastingen. Stoppers zijn touwvreters, dus zorg wel voor een goede mantel op het punt waar een lijn in de stopper zit. Te dik touwwerk betekent vaak snellere slijtage van de mantel. Stem lijnen, blokken en stoppers dus goed op elkaar af. Uit de Waterkampioen stoppertest in 2007 blijkt dat bij stoppers de maximaal geadviseerde lijndikte de grootste houdkracht geeft. Denk ook aan de kam van de selftailing lieren. Stelt de kam zich veerbelast in op de lijndiameter of is deze vast?
Een 40 m² grootzeil aan een 8 mm Dyneema val gaat prima leert de ervaring. Maar wat ook belangrijk is dat je grip op het val moet hebben. Een te kleine diameter geeft minder houvast. Zeker als je kracht moet zetten is dat belangrijk. Voor een val is 8mm wel de minimum maat. Dunner voelt meestal snijdend aan in de hand. Dikker dan 12mm is weer te dik. Dus 8, 10 of 12mm zijn de ideale diameters voor een val. De meeste zeilers vinden de 10mm dikke lijn het lekkerst in de hand liggen. Dit is dus een ander uitgangspunt dan wanneer de breeksterkte leidend is. Als schoten prettig in de hand moeten liggen is de minimum maat 10mm, oplopend tot 14mm.
Knopen verzwakken het touw:
Een goede splits beschikt over negentig tot vijfennegentig procent van de originele breeksterkte, maar een mastworp kost al 25 procent van de breeksterkte. Een paalsteek laat de breeksterkte dalen met vijfendertig procent. Een schootsteek verminderd de breeksterkte van het touw met 40 procent van de oorspronkelijke sterkte, maar door een enkele of platte knoop is het touw voor meer dan de helft zwakker geworden.
Sterkte over de jaren:
Hoe zit het met de breeksterkte van de oude lijnen? Niet alleen polyester touwwerk veroudert, Dyneema ook. Bij intensief gebruikte racers is twee- à driejaarlijkse vervanging regel, afhankelijk van hoe er gezeild is. Bij zowel Dyneema als polyester blijken de prestaties aanzienlijk af te nemen. Intensief gebruikt touwwerk lijdt daarbij meer sterkteverlies. Het omgekeerde geldt ook: ongebruikt touwwerk dat droog en donker wordt bewaard, gaat heel lang mee. Vuistregel is daarbij dat polyester van 10-20 jaar oud een afname heeft van de breeksterkte van circa 40-60%. Dyneema van 5-10 jaar oud verliest circa 20-40 procent van de breeksterkte. Daarom werken tuigers met een flinke veiligheidsfactor.
Op racers zie je een schoot die drie keer sterker is dan de gangbare schootkracht en op cruisers is een veiligheidsfactor van vijf keer de oorspronkelijke breeksterkte niets geks. En dat heeft een reden: stel dat de breeksterkte van het touwwerk door een knoop of kink halveert en door flinke veroudering nog eens, dan heb je het al over de helft van de helft. Een kwart van de oorspronkelijke breeksterkte dus. Dat schiet al lekker op met de reserves. In die situatie is vier keer zo sterk dus al zinvol. Doen dus die ruime veiligheidsfactor!
De keus voor polyester of Dyneema doe je vooral op basis van de begrippen rek, prijs en breeksterkte. Kiezen toerzeilers voor rekvrij, dan gaat het meestal om de vallen. Geen rek heeft zijn voordelen. Zijn de zeilen gehesen dan blijven ze zitten waar ze zitten en hoef je de vallen later niet opnieuw door te zetten. Gebrek aan rek leidt echter ook tot het minder goed dempen van plotseling optredende krachten. Een gennakerschoot met wat rek is op een cruiser best prettig: het dempt de krachtpieken. Op racers is dit een goede reden om te kiezen voor een schoot met weinig rek. Weinig rek betekent in een windvlaag dat het grootzeil staat als een huis, er treedt geen energie verlies op.
Hoe weet je of je touwwerk van Dyneema is of van polyester? Houd de kern van de lijn in een vlam van een aansteker. Dyneema onderscheidt zich van het scherp ruikende polyester door zijn herkenbare geur: het ruikt naar brandende kaarsen.
Onderhoudstips rond touwwerk:
Het onderhouden van touwwerk is lastig, vooral omdat er vele lijnen op de boot zitten en daar altijd zijn blootgesteld aan alle weersomstandigheden. Het beste zou zijn om na het zeilen al het touwwerk op een droge plek binnen neer te leggen, al is dit in de praktijk niet altijd mogelijk, vooral niet als we denken aan de lijnen die door de mast lopen. Touw is behoorlijk prijzig en je moet je er op kunnen rekenen dat touw doet waar het voor bestemd is. Er kunnen levens van afhangen als touw breekt of vastloopt. Daarom moet touw goed verzorgd worden. Niet alleen in het zeilseizoen, maar het hele jaar door. Touwwerk vraagt regelmatig even aandacht van ons. De voornaamste slijtage-plekken van lijnen zijn bij ratelblokken, valstoppers en lieren. Over het algemeen is daar weinig aan te doen. Veel fokkeschoten slijten zich stuk op de zijverstaging en wantspanners. Houd de schoten daarvan vrij. Een polyester mantel biedt goede bescherming tegen slijtage, al is dit niet altijd voldoende. Vooral bij een valstopper zal de lijn altijd op een bepaald gebied belast worden. De enige manier om dit te voorkomen is door het verleggen van de splits waar de fok/genua aan zit bevestigd. Het is handig om bij de aanschaf van een val een meter extra te nemen voor het verleggen van deze splits. Daarom hier een paar tips voor een lange levensduur van touw;
- voorkom knikken in een lijn die belast is. Wanneer er spanning op een lijn met een knik komt te staan zorgt dit voor een zwakke plek;
- touwwerk is gevoelig voor UV licht, stel het niet onnodig bloot aan zonlicht. Berg de schoot na het zeilen liever binnen op;
- verminder het schavielen van touwen over anti-slipdekken, slepen door zand, vuil of olie;
- ga niet op touw staan, dat kan vezels beschadigen en de zand- of kleideeltjes van zolen gaan tussen de vezels van het touw zitten en werken als schuurpapier bij het bewegen van het touw;
- ga geen touw overbelasten, de breeksterkte van een fabrikant gaat altijd uit van nieuw touw! Hou daarom een veiligheidsmarge aan;
- vermijd hoge temperaturen bij snel uitvieren van de schoten of vallen. Dyneema en polyester mogen slechts korte tijd aan hogere temperaturen worden blootgesteld;
- vermijd scherpe bochten, omdat de vezels dan slechts de helft van de trek opnemen;
- een blok moet tenminste zes keer de diameter van de lijndikte bedragen;
- kapotte schijven in blokken zijn funest voor lijnen;
- pas de lijn op de stoppers of geleide ogen aan. Een lijn slijt overmatig in te kleine stoppers of ogen. Een te grote stopper laat een te kleine diameter touw slippen;
- splitsen moeten minimaal 3 keer worden doorgestoken;
- na het zeilen altijd het touwwerk opschieten en vrij van het dek ophangen;
- door een knoop wordt het touw zwakker, verwijder niet gebruikte knopen;
- berg geen touwen op die zout zijn, zoutkristallen trekken vocht aan en houden het vast. Spoel touw, dat gebruikt is op zout water zo snel mogelijk af met zoet water.
 Foto: Edwin Edens fotografie
Toepassingen touwwerk:
Landvasten en springen:
Voor springen en landvasten geldt dat ze enige rek moeten hebben. Die rek kan schokken opvangen die anders direct op de kikkers komen. Verder moet de lijn voldoende bestand zijn tegen slijtage door schavielen en voldoende soepel om op kikkers te beleggen of om knopen in te leggen. Ook kan het een voordeel zijn als de lijn blijft drijven op water. Er is dan geen kans dat de lijn in de schroef komt bij het manoeuvreren. In de praktijk blijkt met name geslagen polypropeen geschikt is voor het gebruik als landvast of spring. Het blijft drijven, is goedkoop maar niet duurzaam. Ze zijn minder sterk dan polyester en polyamide exemplaren. Goede gevlochten landvasten hebben een polyester kern en mantel. De mantels zijn bijzonder slijtvast en uv-bestendig. De beste landvasten hebben een polyamide (nylon) kern en een polyester mantel. Polyamide rekt heel goed en absorbeert de krachten tussen schip en wal. Polyamide krimpt als het nat wordt en daardoor stroopt de polyester mantel op. Een goede takeling aan het einde van de lijn houdt mantel en kern bij elkaar. Polypropeen neem je een maatje dikker dan een polyester of polyamide landvast.
Ankerlijn:
Eisen waar een ankerlijn aan moet voldoen is dat hij zwaarder moet zijn dan water en veel rek heeft. Zwaarder zijn dan water is nodig omdat een zinkende lijn het anker onder een aanzienlijk gunstigere hoek aantrekt dan een drijvende lijn. Het anker zal betrouwbaarder zijn aan een zinkende lijn. Veel rek is nodig om de lijn schokken op te kunnen laten vangen. Zou de lijn te stijf zijn, dan zouden die schokken op het anker terecht komen waardoor deze eerder zal uitbreken. Voor een ankerlijn komt met name polyamidelijn in aanmerking, eventueel verzwaard met lood.
Schoten:
Schoten moeten soepel, kinkvrij en goed vast te houden zijn. Verder mogen ze zo min mogelijk rekken. De reden dat een schoot niet mag rekken is dat, indien een schoot wel rekt dit met name in vlagen zal zijn. Zou een schoot in vlagen iets rekken, dan geeft dat extra profieldiepte in het zeil, net op het moment dat de druk al toeneemt. Dit is net waar je niet op zit te wachten. Schoten voor toerzeilers worden meestal van (voorgerekt) polyester gemaakt, spinakerschoten van polypropeen. Voor de zeilers die zo weinig mogelijk rek in de schoot willen hebben is (verjongde) Dyneema of Spectra het alternatief.
Vallen:
Vallen moeten licht zijn en mogen niet rekken. Een val die rekt zal in vlagen meer bolling in het zeil geven doordat de spanning in het voorlijk dan afneemt. Meer bolling in vlagen betekent dat het zeil dan meer druk krijgt, iets wat je in een vlaag meestal niet wil. Voor toerzeilers is polyester meestal het aangewezen materiaal voor de vallen. Voor wedstrijdzeilers heeft polyester nog te veel rek, zij kiezen liever voor Dyneema.
Neerhouder:
Een neerhouder wordt zeer zwaar belast en mag absoluut niet rekken. Meestal wordt hier Dyneema of Spectra voor gekozen.
Shoft shackle:
Met Dyneema kun je ook shoft shackles maken, stroppen die harpjes vervangen. Dat scheelt gewicht. Dyneema is 10x lichter dan de RVS sluitingen en 15x sterker dan hun RVS evenknie. Het grote voordeel, naast de gewichtsbesparing, is dat de kans op beschadiging van dek en mast en het risico op persoonlijk letsel bij rondvliegende sluitingen sterk wordt gereduceerd. Als de schoothoek van de genua klappert is een harp daar ronduit gevaarlijk. Een veilig alternatief dus. Shoft shackles zijn gemakkelijk en snel te bedienen en eenvoudig bij hoge belasting los te maken. De snelle, lichte en hoog belastbare verbinding tussen schoot en voorzeil heeft een kleurcode per breekkracht. Ik heb wel eens gehoord dat onze Belgische zeilvrienden dit een 'apenkloot' noemen, een eindje touw met knoop en lus.
Apps:
Knot Time (iPhone, € 2.99, gratis lite versie) biedt handige voorbeeldfilmpjes voor wie die lastige scheepsknopen maar niet onder de knie krijgt.
Meer informatie op internet:
Voor info in het Nederlands:
Op www.lijnenspecialist.nl/moderne_splitstechnieken staan instructiefilmpjes voor allerlei splitswerk. Een moderne lijn splitsen is niet gemakkelijk, maar met deze video's moet het lukken.
Op de website van www.yachtingropes.com uit Almere staan productdetails met de karakteristieken van veel soorten lijnen zoals zeer bruikbare schoten/vallen breekkracht-tabellen. Als extra service zijn linkjes naar weer en getijden vermeld.
www.lines4boats.nl is de site van lines4boats, een lijnenspecialist uit Heeg. Hier staat onder de kop 'informatie' een reeks tabellen die gebruikt kunnen worden voor de keuze van de juiste diameter en lengte van touwwerk. Ook de filmpjes met splitshandleidingen zijn interessant voor de zeilliefhebber
www.marlowropes.com is de site van het Engelse bedrijf Marlow Ropes Ltd. Op deze overzichtelijke site staat veel informatie over allerlei soorten touwwerk.
www.englishbraids.com is de site van touwproducent English Braids. Deze site biedt een compleet overzicht van producten die voldoen aan de eisen voor alle verschillende niveaus van het zeilen.
www.seilflechter.de is de website van het Duitse concern Seilflechter GmbH uit Braunschweig. Een informatieve site met veel informatie over touwwerk en een digitale catalogus.
www.liros.com is de website van het Duitse Liros GmbH. Ook hier veel informatie met breeksterkte tabellen.
|