Wedstrijdzeilen -'Life is too short to sail slow'-
Een wedstrijd zeilen is bijzonder spannend. Wat is nu het grote verschil tussen zeilen en wedstrijdzeilen? Bij recreatief zeilen vaar je voor jezelf en hebt in principe niks te maken met anderen. Bij wedstrijdzeilen vaar je tegen anderen. Bij recreatief zeilen gebruik je de regels voor de veiligheid en om ongelukken te voorkomen. Bij wedstrijdzeilen gebruik je de regels op een strategische en tactische manier, met als doel om van de anderen te winnen.
De wedstrijd:
Sportiviteit staat voorop tijdens de wedstrijden. Je vaart de baan die door het wedstrijdcomité met boeien is uitgezet en dus alle uitdagingen biedt. Tijdens het wedstrijdzeilen mag je uitsluitend wind en water gebruiken om je snelheid te vergroten of te verkleinen. Je mag de trim van de zeilen en romp aanpassen, maar je mag niet pompen met de zeilen, peddelen of remmen met een emmer o.i.d. Ook zijn er een aantal spelregels afgesproken waardoor er geen ongelukken ontstaan.
Palaver en inschrijven:
Het palaver is een bijeenkomst van alle deelnemers aan de wedstrijd samen met de wedstrijdcommissie. De te zeilen wedstrijdbaan wordt besproken, het weer en overige bijzonderheden. Je kunt er vragen stellen en een banenkaart kopen. Bij het varen van een wedstrijd ben je verplicht je in te schrijven als deelnemer aan de wedstrijd. Daartoe ligt bij het palaver een lijst gereed. Vul je naam en zeilnummer goed leesbaar in.
De (voorrang)regels:
Er zijn een paar zaken essentieel. Belangrijk hierbij zijn de begrippen loefzijde en lijzijde en stuurboord en bakboord. De lijzijde is de zijde waar het grootzeil staat. De loefzijde is de andere kant (waar meestal de wind vandaan komt). Verder speelt het loefrecht, waaraan we een apart item wijden.
Bakboord heeft voorrang op stuurboord. Naar de punt van de boot toe gerekend is stuurboord (rechts) en bakboord (links). Het ezelsbruggetje is; in stuurboord zit de R van rechts. Als je over tegenovergestelde boegen vaart, moet de boot met de zeilen aan stuurboord, wijken voor de boten die over bakboord varen. Deze regel geldt echter ook wanneer een boot voor-de-wind over bakboord vaart en een boot die aan-de-wind over stuurboord vaart tegenkomt. Deze laatste situatie wordt nogal eens als verwarrend ervaren, maar het is en blijft een gewone bakboord-stuurboord situatie. Wanneer je op ‘ramkoers’ ligt en je hebt geen voorrang, ga je er dus achterlangs! Als de boten over dezelfde boeg varen, dus ongeveer dezelfde richting uit, moet je de andere boot ontwijken als die voor je vaart. De langzamere boot hoeft volgens de regels dus niet uit te wijken. Als de boot aan de lijzijde van je vaart, zal je zelf uit moeten wijken.
Loefrecht:
De vraag wanneer je nu precies loefrechten hebt is altijd een grote bron van verwarring. Een korte samenvatting. Wanneer twee boten over dezelfde boeg liggen moet de loefwaartse boot vrij blijven van de lijwaartse. Voorwaarde is dat dit plaats vindt binnen twee romplengten. Als de boot aan lij gaat oploeven moet de loefwaartse boot mee. Met andere woorden; wanneer een boot ingehaald wordt, mag het ingehaalde jacht naar de wind toe sturen om te voorkomen dat de inhalende concurrent hem boven de zeilen komt en dus de wind uit de zeilen neemt. Het loefrecht is echter beperkt. Bij loefrechten horen twee termen nauw samen: vrij voor en vrij achter. Als je vrij voor komt te liggen, dan verliest de ander zijn loefrechten. Als je van vrij achter komt en er ontstaat overlap, dan heb je geen loefrechten.
Nieuwe aanpassing begrip 'overlap' in 2009
Aan de definitie van 'overlap' zijn twee zinnen toegevoegd. De definitie is nu als volgt: Een boot is vrij achter een andere wanneer zijn romp en uitrusting op de normale plaats liggen achter een lijn dwarsscheeps getrokken door het achterste punt van de romp en uitrusting op de normale plaats van de andere boot. De andere boot is vrij voor. Zij hebben een overlap wanneer geen van beide vrij achter ligt. Zij hebben echter ook een overlap wanneer een tussenliggende boot met beide een overlap heeft. Deze uitdrukkingen zijn altijd van toepassing op boten die over dezelfde boeg liggen. Zij zijn niet van toepassing op boten over verschillende boeg, tenzij regel 18 van toepassing is of beide boten een koers varen die meer dan 90 graden afwijkt van de ware windrichting.
De startprocedure:
De startprocedure bestaat altijd uit minimaal 3 seinen. Het waarschuwingssein (vlag of bord) wordt 5 minuten voor de start gegeven met één geluidssein. Het voorbereidingssein wordt 4 minuten voor de start gegeven. De meeste comités zullen bij de eerste start met de P-vlag beginnen. Boten mogen dan tot vlak voor het startsein over de startlijn en weer achter de lijn terugkeren. Eén minuut voor de start wordt de P-vlag gestreken met één geluidssein. Op de start wordt met één geluidssein de klasse-vlag gestreken
Wedstrijdbaan:

Een zeilwedstrijd wordt gezeild op een wedstrijdbaan. Een baan bestaat uit boeien (die speciaal voor de wedstrijd zijn uitgelegd) of uit obstakels die er al liggen (eilanden, vaste betonning, etc). Houd er rekening mee dat je bij iedere baan alle koersen moet varen: voor de wind, ruime wind, halve wind en aan de wind. De start is altijd in de wind: de eerste boei na de startlijn ligt bovenwinds.
Starten:
Een boot start wanneer na het startsein enig deel van zijn romp, bemanning of uitrusting voor het eerst de startlijn doorkruist.
Boot A (geel) is gestart, boot B (blauw) nog niet. Wanneer op het startsein ook maar enig deel van de boot zich op of over de startlijn bevindt, is de boot te vroeg gestart (is formeel niet gestart)! De boot moet helemaal achter de startlijn terugkeren en opnieuw starten.
Drie-lengten-zone:
Rond de boei gelden speciale regels. Hier is sprake van een zogenoemde (theoretische) drie-scheepslengten-zone. Hier gelden andere regels dan verderop in het wedstrijdveld. Bij merktekens moet je een boot voldoende ruimte geven, zodat de andere boot er veilig langs kan aan dezelfde zijde. Als boten over tegen-over-gestelde boegen zeilen, dan is deze regel niet van toepassing, maar dan geldt de bakboord - stuurboord regel weer. En als laatste; indien de boot jou moet ontwijken omdat je voorrang hebt, en jij verandert van koers, dan moet je de andere boot wel voldoende ruimte geven om jou te ontwijken. Per 1 januari 2009 is de twee-scheepslengten-zone gewijzigd in drie lengten zone.
Het ronden van boeien:
De buitenliggende boot (blauw) moet de binnenliggende boot (geel) ‘ruimte’ geven om het merkteken of de hindernis te ronden of voorbij te varen. Als de binnen-liggende boot voorrang heeft moet de buitenliggende boot bovendien vrij blijven. Ruimte is de ruimte die de binnenliggende boot nodig heeft om de boei te ronden of voorbij te varen met inbegrip van ruimte om overstag te gaan of te gijpen. Als de binnenliggende boot voorrang heeft moet de buitenliggende boot vrij blijven, bijvoorbeeld vanwege "loef wijkt voor lij".

De boot A (blauw) krijgt ruimte om de boei te ronden en heeft bovendien voorrang en dwingt boot B (geel) mee op te loeven voordat ze overstag gaat omdat de gele boot vrij moet blijven van de blauwe boot (mag niet botsen).
Strafrondje(s):
Hoewel sportief varen een uitgangspunt is bij het wedstrijdzeilen, zit een fout in een klein hoekje. Immers, je vaart volgens ‘De regels voor wedstrijdzeilen’, en er is meestal geen scheidsrechter op het water. Wij wedstrijdzeilers zijn onze eigen scheidsrechter en als iemand zondigt tegen die regels kan en moet je daartegen in protest gaan. En dat doe je d.m.v. aanzeggen/roepen “protest” en het tonen/zetten van de protestvlag. Maar je kunt tijdens het zeilen een opgelopen protest ook afkopen door die fout te erkennen en één of twee strafrondjes te draaien.
Een boot die tijdens het wedstrijdzeilen een merkteken (boei) raakt moet een straf nemen door één strafrondje (360 graden rond) te maken. Een strafrondje van 360 graden is één keer overstag en één keer gijpen. Dus geen stormrondje! Een andere boot mag nu niet van koers veranderen als zijn enige motief is een andere boot te hinderen die een strafronde maakt.

Een fundamenteel principe van sportiviteit is dat deelnemers onmiddellijk een straf nemen of zich terugtrekken wanneer zij een regel hebben overtreden. Als je een overtreding hebt gemaakt tegen een andere boot mag je, nadat je twee volledige rondjes hebt gedraaid, de wedstrijd vervolgen (boot B heeft voorrang op boot A!). Boot A moet een straf nemen.
Finish:
Een boot finisht wanneer enig deel van zijn romp, of uitrusting de finishlijn doorkruist in de richting van de koers vanaf het laatste merkteken. Een boot vaart wedstrijd totdat hij vrij is van de finishlijn. Boot A is gefinisht en vaart geen wedstrijd meer, Boot B is gefinisht maar vaart nog wedstrijd, Boot C heeft de boei geraakt en moet eerst een strafrondje
draaien en vervolgens opnieuw finishen, Boot D is nog niet gefinisht
* Onder de knop 'Techniek Specials/wedstrijdbanen' op deze website worden de verschillende varianten van wedstrijdbanen, met de voor- en nadelen op een rijtje gezet.
Seinvlaggen en geluidsseinen:
Op het water communiceren we met vlaggen en geluidsseinen. De P wordt bijvoorbeeld gebruikt voor het aankondigen van de voorbereiding op de start (prepatory), de S voor een ingekorte (shortened) wedstrijd. Een belangrijke afspraak is daarbij dat visuele seinen (vlaggen) altijd doorslaggevend zijn. De reden hiervoor is dat een geluidssein niet altijd te horen is doordat het geweer of de toeter het niet doet, er veel lawaai van wind, zeilen en golven is, of omdat de zeilers te ver weg zijn (bij een hele lange startlijn). Als je bij de start dus geen startschot hoort, dan kan de startprocedure nog steeds correct zijn, omdat de vlag op tijd omhoog of naar beneden ging. Het wedstrijdcomité kan dan dus gewoon doorgaan met de wedstrijd. De vlaggen kunnen zowel op een startschip, op de wal aan een vlaggenmast bij het wedstrijdsecretariaat of op een starttoren worden gehesen.
Hieronder een overzicht van de seinvlaggen die gebruikt worden bij zeilwedstrijden. Voor wedstrijdzeilers geldt dat de vlaggen de informatie geven die nodig zijn om een race op een goede manier te varen. Deze informatiebron zorgt ervoor dat alle benodigde informatie altijd zichtbaar is voor wedstrijdzeilers.
B |

|
Protestvlag |
C |

|
Boeiverlegging |
I |

|
Buiten-om-regel |
Z |

|
Z-regel is van toepassing |
|

|
Zwarte vlag regel |
L |

|
Mededeling of "volg mij" |
M |

|
Vervangend merkteken |
N |

|
Wedstrijd afgebroken |
P |

|
4-minutensein |
S |

|
Baanafkorting |
X |

|
Individuele terugroep |
|

|
Algemene terugroep |
Y |

|
Zwemvest verplicht |
|

|
Finishschip |
|
|
|

|
Uitstel voor onbepaalde tijd |
|
 
|
Uitstel voor het aantal uren, aangegeven door de cijferwimpel |
H
|
 
|
Uitstel, verdere seinen aan de wal |
A
|
 
|
Uitstel, geen wedstrijden meer vandaag |
N
H |
 
|
Wedstrijden zijn afgebroken, verdere seinen aan de wal |
N
A |
 
|
Wedstrijden zijn afgebroken, geen wedstrijden meer vandaag |
|
Verklaring:
♣ Het waarschuwingssein – dit kan een vlag of bord zijn. Dit moet omschreven staan in de wedstrijdbepalingen.
♣ Protestvlag - Een protestvlag is een manier om bij zeilwedstrijden aan te geven dat iets ongeoorloofds gebeurt.
♣ Vlag C – de koerswijzigingsvlag. Deze vlag wordt getoond bij een merkteken om aan te geven dat het volgende merkteken verplaatst is. Meestal wordt ook de kompaskoers naar het nieuwe merkteken (bijvoorbeeld de nieuwe bovenboei gegeven). Het comité kan ook besluiten naast de C-vlag een rode of groene vlag te hijsen om aan te geven dat de boei naar bakboord of stuurboord verplaatst is.
♣ Vlag I – als je binnen 1 minuut van de start over de startlijn bent gevaren moet je buiten de boeien van de startlijn om terugkeren en opnieuw starten. Doe je dit niet dan ben je te vroeg gestart en gediskwalificeerd.
♣ Vlag Z – de Z-regel is van toepassing. Als je binnen 1 minuut over de startlijn gevaren bent en niet teruggekeerd bent krijg je een strafpercentage van 20%. Deze regel wordt niet vaak toegepast.
♣ Zwarte Vlag – alle boten die bij deze start te vroeg starten worden door het comité als te vroeg ‘On Course Site (OCS)’ genoteerd.
♣ Als er mededelingen zijn van het wedstrijdcomité aan de deelnemers, dan wordt dit kenbaar gemaakt door vlag "L" in de mast van het startschip.
♣ Vlag M geeft aan dat er een vervangend merkteken (of boei) is
♣ Vlag N - alle wedstrijden die gestart zijn worden afgebroken en de boten moeten terugkeren naar het startgebied. Eén minuut na het strijken van de N-vlag volgt het waarschuwingssein.
♣ Vlag P - het voorbereidingssein. Vanaf het moment dat de P-vlag gehesen wordt is de wedstrijd officieel begonnen.
♣ Vlag S – de afkortingsvlag. Als deze vlag gehesen wordt bij de start moet de verkorte baan (zoals omschreven in de wedstrijdbepalingen) gevaren worden. Als deze vlag bij een merkteken van de baan gehesen wordt betekent het dat de baan bij die boei afgekort wordt en zal er een finishlijn zijn tussen het merkteken en de S-vlag op de comité boot.
♣ Vlag X – de individuele terugroep. Deze vlag wordt gehesen (en er worden meestal herhaaldelijke geluidsseinen gegeven) als het comité heeft kunnen zien welke schepen te vroeg waren. De boten die niet terugkeren worden als OCS ( diskwalificatievoor te vroeg starten) genoteerd.
♣ Algemene terugroep. Deze wordt gehesen (met een geluidssein) als er te veel boten te vroeg waren. Alle boten moeten terugkeren en de start zal opnieuw gedaan worden.
♣ Uitstelseinen: een wedstrijd kan voordat die van start is gegaan uitgesteld worden. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de rood-wit gestreepte onderscheidingswimpel (OW), ook wel de rattenstaart of kattenstaart genoemd. Deze vlag wordt gehesen met twee geluidsseinen en gestreken met een geluidssein.
♣ Vlag Y Wanneer het wedstrijdcomité wenselijk acht om zwemvesten te dragen wordt dit kenbaar gemaakt aan de hand van seinvlag Y.
♣ Het finishschip of de finishtoren is herkenbaar aan de blauwe vlag in top.
Informatieve boeken:
Een leuk en informatief boekje is het “Regelschrift” van Henk Plaatje. Dit praktische boekje is een vereenvoudigde versie van “Regels Wedstrijdzeilen 2009-2012”. De belangrijkste regels zijn in dit kleine en handzame boekje handig samengevat. Het boekje in spiraalband geeft op elke pagina een regel uit het Wedstrijdreglement, met daarnaast een duidelijke illustratie in kleur. Het geheel is daardoor helder en zeer begrijpelijk. Heel praktisch om tijdens wedstrijden mee te nemen. Voor de officiële tekst zal men altijd het originele boek moeten raadplegen. Het boek “Regels Wedstrijdzeilen 2009 – 2012” van Eric Twiname is de vraagbaak voor iedereen die precies wil weten hoe de regels toegepast moeten worden.
|