|
|
Wist u dat…..
Hierbij een aantal losse tips, misschien wel handig om te weten. Wat voorop staat is dat goede voorbereiding en regelmatig onderhoud veel problemen kunnen voorkomen, maar niet alle. Bedenk vantevoren welke problemen je tegen kunt komen en neem daar maatregelen tegen. Dit is geen kwestie van doemdenken en plezier vergallen, maar van verantwoordelijkheid nemen. In de nautische wereld is daar zelfs een aparte term voor: goed zeemanschap. Wees voorbereid op pech onderweg en bedenk van tevoren goed hoe je kunt reageren. Dit voorkomt paniek, extra schade en verpeste vakanties en geeft een stuk meer inzicht in de werking van schip en tuigage.
Rolreefsysteem:
Ze zijn er om het ons zeilers makkelijker te maken, maar soms? Het meest voorkomende probleem bij een rolreefsysteem is dat het val bovenin meedraait met in- of uitrollen. Dit lijkt onschuldig, maar het kan je je voorstag kosten. Als dit gebeurt, probeer dan vooral niets te forceren. Als de val zich echt strak trekt rond het voorstag wordt door die kracht het voorstag volledig vernield. Rol het zeil zover in dat de val niet meer rond het voorstag gedraaid is. Verlaag eerst de valspanning en verhoog indien mogelijk de achterstagspanning. Trek hierna de val op normale spanning en probeer het voorzichtig nog eens. Lukt dit niet, stop dan met draaien en rol de fok handmatig rond het voorstag heen uit. Strijk dan het zeil op de normale manier en roep de hulp in van een werf of tuiger.
Giek:
Een klapgijp, wie heeft 'm nog niet een keer gemaakt? Behalve gevaarlijk voor de bemanning is het vaak ook niet best voor de giek. Door de grote piekbelasting worden lummelbeslag en neerhouderbeslag zeer zwaar belast, zeker als de giek ook nog het water raakt. Als de giek beschadigd, is het ook meestal hier. Als toerzeiler is het vaak een veilige optie om een bulletalie te zetten.
Vallen:
Er zijn met vallen twee manieren om in de problemen te komen: ze schieten de mast in of ze gaan kapot. Het eerste geval is gemakkelijk te voorkomen, hiervoor is eeuwen geleden al de achtknoop uitgevonden. Het tweede geval kan voorkomen worden door regelmatig alle vallen grondig te checken. Bijna nooit breken vallen spontaan door overbelasting, hieraan gaat bijna altijd slijtage vooraf. Bekijk ieder voorjaar (bij liggende mast) bovenin alle schijven en zorg dat er geen scherpe randen of boutjes uitsteken. Haal de vallen op en neer en kijk en voel of er slechte plekken in zitten. Vervang slechte vallen of kort ze -indien mogelijk- in en voorkom problemen tijdens de vakantie. Het invoeren van een val met staande mast gaat veruit het gemakkelijkst met een dunne pilootlijn met aan het uiteinde een gewicht (gebruik hiervoor bijvoorbeeld een stukje fietsketting). Een lang en dun haakje van ijzerdraad onder in de valuitgang steken en vissen maar!
Mast overboord:
Alles gecontroleerd, alles goed voorbereid. De hele tuigage om door een ringetje te halen. Alle splitpennen gecheckt. En toch is het mogelijk dat de complete mast overboord gaat door één ongeborgde splitpen. Zolang het schip in de haven ligt blijven alle toggle-pennen netjes op spanning staan, maar tijdens het zeilen ontspannen de stagen aan lijzijde, soms genoeg om een ongeborgde toggle-pen uit de spanner te laten glijden. Niets aan de hand, tot de volgende overstag. De mast gaat overboord met als gevolg chaos.
Wat nu? Bij rustig weer is de situatie niet gelijk alarmerend (wonderlijk genoeg vallen er bijna nooit gewonden bij deze situaties) en kan begonnen worden met het 'redden' van tuigage. Bij zwaarder weer is het beschermen van het schip eerste prioriteit. Een gebroken mast of een zaling kan een lelijk gat in de romp slaan. Dit voorkomen is hoofdzaak. Probeer de mast aan boord te hijsen. Start de motor niet voordat de tuigage uit de buurt van het schip is! Op een lijn in de schroef op dat moment zit niemand te wachten.
Lifeline:
Een veiligheidslijn of lifeline is een over het dek gespannen lijn, waaraan men zich bij zwaar weer kan vastmaken om je veilig over het schip te verplaatsen. Het belangrijkste doel van een veiligheidslijn is te voorkomen dat iemand overboord valt. Daarom is het van het grootste belang zo kort mogelijk te zijn vastgemaakt. Zeker op ruim water is een dergelijk veiligheidsvoorziening aan te bevelen. Het IJsselmeer bijvoorbeeld is 80 kilometer lang en 25 kilometer breed. Op veel plaatsen is de overkant niet te zien. Bij wind ontstaat er een korte golfslag. Als het hard waait kan aan lager wal een koppig zeetje ontstaan. Maar ook het Grevelingenmeer, het grootste zoutwatermeer van West-Europa, met een lengte van 23 kilometer en een breedte variërend van vier tot tien kilometer. Neem geen risico en zorg dat je gezekerd bent. Neem voor een lifeline 'webbing band' van de zeilmaker en laat dit ongeveer 30 cm te kort op maat maken. Maak vervolgens een bindsel aan beide ogen naar de vaste punten op dek, zodat de lifeline plat op dek gespannen ligt. Klaar voor gebruik en geen struikellijn.
Bulletalie:
Een bulletalie is een veilige zwaar weer voorziening als het schip op ruime koersen vaart. Het Engelse woord voor bulletalie is ‘preventer’; het dekt de lading precies. Een bulletalie is een stevige lijn, die op ruime- en voor-de-windse koersen wordt gespannen tussen het uiteinde van de giek naar een vast punt op het voorschip en zo wordt belegd dat hij een onbedoelde klapgijp kan voorkomen. Voor het beleggen aan dek is de middenbolder vaak geschikt. Bij de giek het oog waaraan de grootschootblokken zitten. Met een zware bajonetsluiting kan de bulletalie aan de giek bevestigd worden. Neem liever een overbemeten lijn dan net iets aan de lichte kant. De krachten die deze veiligheidslijn bij een gijp te verduren krijgt zijn gigantisch. Zorg ervoor dat de bevestigingspunten, aan zowel de giek als het dek, stevig en betrouwbaar zijn. Samen met de grootschoot zorgt de bulletalie ervoor, dat de hoek die de giek met het schip maakt, niet kan veranderen. De bulletalie voorkomt dat de giek in geval van klapgijp overkomt en letsel en schade veroorzaakt. Maar dan moet de talie wel goed gemonteerd zijn. De bulletalie moet zover mogelijk achter op de giek aangrijpen. Men wil de talie nog wel eens bij het neerhouderbeslag zetten. De krachten die op de giek worden uitgeoefend bij een klapgijp zijn enorm, als meer dan de helft van de giek dan niet ondersteund wordt breekt de giek op het (toch al zwaar belaste) neerhouder beslag. Dus: achterop of op het grootschootbeslag! Het lastigste van de bulletalie is het bevestigen aan de giek. Om bij de achterzijde te komen moet de giek worden binnengehaald, iets dat met ruime wind net niet de bedoeling is. Een andere belangrijke factor is de hoek van de bulletalie ten opzichte van de uitstaande giek. Hoe groter de hoek hoe beter de bulletalie krachten op kan vangen. Hoe meer de bulletalie parallel loopt aan de giek, hoe minder hij in staat zal zijn de kracht van een onverhoedse klap op te vangen. Sommige solozeilers bevestigen een blok op het voorschip waardoor de lijn vandaar naar de kuip kan worden geleid. Op deze manier kan je vanuit de beschutting van de kuip de stand van de giek instellen, variëren en fixeren. Zorg wel dat de bulletalie snel losgemaakt kan worden, uitwijken moet altijd mogelijk zijn.
Zwaar lopende schoten:
Loopt de grootschoot te zwaar? Hiervoor zijn meerdere oplossingen mogelijk. Kijk eerst eens of de schoot wel lekker door de blokken loopt, vaak wordt een grootschoot te dik gekocht. Als de schoot in elkaar twist: fixeer alle blokken. Een grootschoot blok (m.u.v. het halende blok) mag niet wartelen. De meest eenvoudige oplossing voor een zwaar lopende schoot is het vervangen van de blokken door kogelgelagerde blokken. Let hierbij wel op de breeksterkte, een gelagerd blok in dezelfde maat als een ongelagerd blok kan minder kracht aan.
Zeileigenschappen:
Een kraanlijn verstoort de (zeer belangrijke) uitstroom van lucht uit het grootzeil. Door deze weg te halen wordt het grootzeil optimaler gevaren. Door aan de kraanlijn een musketonhaak te zetten, kan je deze tijdens het zeilen losklikken en aan de mastvoet bevestigen. Scheelt weer een hoop gewapper en turbulentie en de kraanlijn kan nooit te strak staan en zo het grootzeil uit vorm trekken. Vooral niet vergeten de kraanlijn weer vast te maken voordat het zeil gestreken wordt.
Ratelblokken:
De nieuwste ontwikkeling op blokkengebied zijn de ratelblokken. De inzet van ratelblokken is dat je zelf minder kracht hoeft te zetten om de schoten in rust in de hand te houden. Het blok neemt een groot deel van de schootspanning over. Nu lopen we het risico dat de term ’ratelblok’ verkeerd wordt begrepen, maar ik versta er een blok onder welke de ene kant op draaiend ‘ratelt’, en de andere kant geblokkeerd wordt. Bijvoorbeeld het laatste blok op de kuipvloer bij de grootschoot kan een ratelblok zijn. Als keerblok voor een spi zou het kunnen, maar neem er dan wel één die je ook ‘uit’ kan zetten, zodat je bij minder wind beter kan spelen met de schoot. Afhankelijk van het oppervlak van de spinnaker is het geen vervanging van de lier, maar eerder een aanvulling.
Veel ratelblokken hebben tegenwoordig een mogelijkheid om de ratel uit te zetten, zodat je bijvoorbeeld bij minder wind makkelijker de schoot kan laten vieren. Ideaal voor maximaal trimgevoel bij fok/genua en grootschoot en onontbeerlijk voor spinnaker- en gennaker schoten. De overgang tussen vrijloop en ratel gaat in principe snel en soepel. Nieuw is ook de instelmogelijkheid bij welke belasting de vrijloop overgaat in ratel.
De weerstandkracht varieert van 10:1 tot zelfs 20:1, waarbij de lijn minimaal wordt beschadigd. De aanduiding 10:1 bij ratelblokken geeft de krachtverhouding aan. Bijvoorbeeld 10:1 betekent 10 kg. kracht op het ratelblok geeft 100 kg. kracht op het blok/schoot. Volgens de geleerden kan een mens maximaal 25 tot 30 kg kracht leveren op een grootschoot. Het gebruik van een ratelblok scheelt dus behoorlijk en is voor de zeiler een stuk aangenamer. De zogenoemde ‘zelfdenkende ratelblokken’ werken automatisch, de ratelfunctie schakelt automatisch in wanneer de kracht hoger wordt, en schakelt weer uit bij lagere belastingen. Hierdoor vieren de schoten vele malen gemakkelijker bij bijvoorbeeld een bovenboei ronding. Het is tevens ook mogelijk om de ratel continu in of uit te schakelen. De merken Harken en Orbit leveren goede ratelblokken.
Lijken en hoeken
In de zeilwereld gebruiken we een soort geheimtaal, waarbij de normale Nederlander denkt; “waar hebben ze het in vredesnaam over?” Er worden heel wat vreemde associaties gemaakt bij het horen van ‘zeilerstaal’. Wat dacht je van de woorden; preekstoel, afvallen, lijken, klauwen, killen, vallen, schoten, gesneden, gestikt, drift, ketting, schaar, etc. En zo kan ik nog wel even doorgaan. Voor zeilers een eitje, maar voor buitenstaanders lijkt het wel een horrorvoorstelling. De eerste de beste Neerlandicus heeft geen idee waar wij zeilers het over hebben. Zo ook met de benaming van de zeilen. Lijken en hoeken zijn onderdelen van een zeil. Een zeil heeft meerdere lijken en hoeken. Op het bijgaande plaatje staan ze allemaal aangegeven:
- A: het onderlijk
- B: het voorlijk
- C: het achterlijk
- D: het bovenlijk, deze komt alleen voor op een gaffelzeil
- 1: de schoothoek, de schoot zit bij deze hoek aan het zeil of de giek vast.
- 2: de halshoek.
- 3: de tophoek, op gaffelgetuigde boten ook wel nokhoek genoemd
- 4: de klauwhoek, de hoek waar de gaffel en de mast bij elkaar komen, dus alleen op gaffelgetuigde boten
|