Vragen aan zeilmakers
Nieuwe ontwikkelingen volgen elkaar sneller op dan ooit. Het ontwerpen van zeilen is precisiewerk op de vierkante millimeter. Zeilers willen zeilen met een optimale vorm en perfecte zeileigenschappen op basis van de laatste technologische ontwikkelingen. Met andere woorden: het perfect trimbare zeil met een zodanig aërodynamische profiel dat het optimale zeileigenschappen garandeert.
Op de website van Van Vliet Zeilen uit Middelharnis staat onder de knop “vraag & antwoord” een bloemlezing van veel gestelde vragen die betrekking hebben op de zeilvoering en de mening van zeilmakers daarover. Maar ook de deskundige mening van andere ervaren zeilers is hier aan toegevoegd. Omdat elke zeiler vaak worstelt met dit soort vragen hier een overzicht.
Wat is de functie van latten in een zeil?
Latten moeten de zeilvorm (profiel) ondersteunen en geven vorm aan het zeil door er voor te zorgen dat de uitbouw op het achterlijk niet naar de lij-zijde wegvalt. De meest effectieve lat is de toplat. Via de schoot, giekneerhaler etc. kunnen we de vorm van de top van het zeil veel minder beïnvloeden dan bij de naar onder liggende latten.
Waarom zou ik doorlopende latten in mijn grootzeil zetten en hoeveel?
Een zeil met een normale uitbouw en een niet te extreme lengte/breedte verhouding vindt al genoeg steun uit een doorlopende toplat en 3 kortere verjongde latten. Extreme uitbouw, als op multihulls, en/of een heel lang smal zeil vraagt om het gebruik van doorlopende latten. De mate van uitbouw en de lengte van het achterlijk bepaalt de hoeveelheid doorlopende latten, eventueel gecombineerd met kortere latten.
+ veel controle over de zeilstand en de profilering van het zeil.
+ lazy-jacks werken beter.
- extra gewicht, ook door fittings.
- speciale voorzieningen voor bevestiging aan de mast.
- prijs.
Wat is de zin van veel uitbouw juist in de top van een grootzeil?
Tegenwoordig zien we steeds meer uitbouw in de top van het grootzeil. Voorbeelden zijn de VO70 jachten en de Transat650, de mini van 6.50m, die in een solowedstrijd in twee etappes de 4200 mijl tussen Frankrijk en Brazilië overbrugt. Hiermee wordt een oppervlak zeil gecreëerd daar waar het zeil het meest effectief is, namelijk zo hoog mogelijk. Deze extra druk geeft veel voortstuwing. Beperkingen worden gevormd door de achterstag en de lengte/breedte verhouding van het zeil.
Een losse broek in het grootzeil… waarom?
Steeds vaker zien we boten waarbij het zeil in de mast met een rolzeilinstallatie wordt opgeborgen. Om dit te realiseren kan er geen touwlijk zijn. Deze scherpe boten varen dus met een losse broek. Waarom niet? Er zijn, mits goed uitgevoerd, geen nadelen. Veel oudere toerjachten hebben een grootzeil dat met een pees door de giek loopt en dat met vaste verbindingen aan halshoek en achteraan de giek is bevestigd. Daarmee gaat veel potentie van het zeil verloren; het vieren van het onderlijk bij weinig wind en ruime-windse koersen en het aantrekken bij aan-de-windse koersen scheelt al gauw een knoop bootsnelheid. Uiteraard kan de spanning op het onderlijk ook bij zeilen met een vaste broek, met pees in de giek, worden gevarieerd. Als het onderlijk niet beperkt wordt door een lijketouw, kan zich de bolling en een eventuele extra strook doek (shelf) plooiloos vormen bij een opgevierde onderlijkstrekker, vergelijkbaar met de voet van een spinnaker. Bij een meer aangespannen onderlijkstrekker wordt de verticale luchtstroming in het zeil naar de giek geleid en behoudt de giek zijn functie van eindplaat als bij een touwlijk.
+ geen touwlijk maakt het verstellen van het onderlijk makkelijker.
+ smeerrepen kunnen om de giek heen bevestigd worden.
+ de spinnaker kan tussen zeil en giek door gestreken worden.
+ grootzeil wisselen wordt makkelijker.
- geen.
Wat moet ik met een cunningham hole?
Met een cunningham hole kan je de bolling in het zeil verplaatsen. Deze trimmogelijkheid, vernoemd naar de Amerikaanse wedstrijdzeiler Briggs Cunningham maakt het mogelijk om ook bij harde wind meer spanning op het grootzeilvoorlijk te zetten, zonder dat het val moeizaam doorgezet moet worden. Deze kous in het zeil, of soms een oog aan een band naast het zeil, op ongeveer 20 centimeter boven het lummelbeslag van de giek, wordt bediend met een talie zodat het weinig kracht kost om forse spanning op het voorlijk te zetten, terwijl het grootzeilval in de klem blijft. Als je zonder wind je zeil hijst en het val strak doorzet zal zich een plooi vormen evenwijdig aan de mast, waar de bolling uit het midden van het zeil naar toe gekropen is. Bij aan-de-windse koersen en harde wind gaat de bolling in het zeil naar achteren. Door de talie strak aan te spannen controleert de cunningham-spanning de bolling in het zeil, die door de mastbuiging naar achteren wordt gebracht. Hierdoor komt het drukpunt van het zeil verder naar voren en de boot wordt minder loefgierig. Via de voorlijkspanning kan niet alleen de positie van de bolling worden bepaald, maar ook de mate waarin het achterlijk het bovenste gedeelte van het zeil opent of sluit. Veel voorlijkspanning betekent een open achterlijk, weinig spanning een gesloten achterlijk. De cunningham hole is een handige manier om dit trimeffect te bereiken zonder het val door te zetten. De cunningham corrigeert de valspanning voor de onderste sectie van het zeil. Een groot misverstand is dat de invloed van de cunningham hole bij zeer vormvaste doeksoorten als kevlar of koolstof en ook bij doorgelatte zeilen minder zou zijn. Het voordeel t.o.v. de grootzeilvalspanning is dat hiervoor de grootschoot niet hoeft te worden opgevierd en er met minder kracht snel de vorm van het grootzeil kan worden beïnvloed. De cunningham hole is als het ware een fijntuning nadat de juiste mastbuiging, schootspanning, overloop en giekneerhaler zijn ingesteld. Een verzoek aan de zeilmaker om zo'n voorziening -eigenlijk niet meer dan een extra kous met versteviging- zal de kosten niet opdrijven.
Wat kan ik met dieptestrepen?
Dieptestrepen zijn contrasterende strepen die horizontaal van voor tot achter door het zeil lopen en zijn een handig hulpmiddel bij de zeiltrim. Hieraan kan de bemanning prima zien hoe de boel erbij staat, terwijl dat bij een effen wit vlak veel moeilijker is. Dieptestrepen, ook wel trimstrepen, camber lines, camberstripes of draft stripes genoemd, zorgen ervoor dat op een egaal gekleurd oppervlak een horizontale dieptemarkering geaccentueerd wordt. Dit maakt het mogelijk de vorm van het zeil(vleugel)profiel af te lezen. Het verschil tussen de onderste en bovenste trimstreep geeft aan hoeveel twist het zeil heeft. Door de trimstrepen te volgen wordt zichtbaar hoe diep het zeil is, waar de positie van de grootste bolling ligt. Hiermee kun je de effecten van het zeiltrimmen zoals schootspanning, mastbuiging, cunningham hole, giekneerhaler etc.… aflezen in het zeil.
Wat is de functie van schuim in het voorlijk van de rolgenua?
Een zeil met een bepaalde bolling wordt om een vrijwel rechte ronde staaf opgerold. Het diepste punt van de bolling zit ongeveer 30 tot 35% achter het voorlijk. Het zal in oppervlak afnemen zonder iets van zijn diepte te verliezen. De verhouding: diepte per oppervlak = bolling neemt dus toe, juist bij meer wind! Om het zeil vlak te kunnen oprollen om het aluminiumprofiel van het rolreefsysteem moet de bolling worden opgevuld. Een schuimstrook in het voorlijk corrigeert het zeilprofiel in gereefde toestand. Breed in het midden, halve maanvormig, naar boven en beneden naar niets uitlopend, zorgt er voor dat bij het indraaien van het rolsysteem, de gevormde rol dikker wordt in het midden, zodat er bij iedere draaiing meer zeil uit het midden = bolling, weggetrokken wordt. Kortom het zeil wordt hierdoor vlakker, juist bij meer wind. Ook de doorhanging van het voorstag die met de wind toeneemt, schuift extra doek = bolling, het zeil in.
 Fox22 op de Noordzee
Wanneer gebruik ik een reguleerlijn?
Wanneer het zeil juist getrimd is, gebruik je de reguleerlijn altijd voor dat specifieke lijk. Zo gauw het zeil daar klappert trek je de reguleerlijn aan. Klapperen is een constant buigen van het materiaal met als gevolg materiaalmoeheid en kans op breuk. Zeilen met een vlakke eindplaat hebben eerder steun nodig van een reguleerlijn dan een boller zeil. Zeer rek-arme doeksoorten zoals Kevlar vragen om grote krachten op de reguleerlijn zodat deze ook wel met een talie wordt uitgevoerd. In het kort; wees niet bang om flink aan de reguleerlijn te trekken!
Wanneer schept een zeil of is het te open?
Uitgaand van een horizontale doorsnede van het zeil, schept een zeil als de eindplaat (laatste 25% van de doorsnede) naar binnen komt, of naar buiten valt (openen), ten opzichte van de rest van de doorsnede. Diepte strepen maken dit goed afleesbaar. Als het zeil de juiste profilering heeft voor de omstandigheden en eventueel klappert, moet de reguleerlijn juist zoveel aangetrokken worden dat het klapperen, ophoudt en kan de reguleerlijn - bij lichter weer - weer opgevierd worden
Welke keuze; spinnaker of gennaker?
De asymmetrische spinnaker, tegenwoordig gennaker genoemd, is wat eenvoudiger te bedienen dan een spinnaker. Je hebt bij een gennaker geen spiboom nodig en het gijpen is makkelijker dan met een spinnaker. Op voor-de-windse koersen is de spinnaker in het voordeel. Op halfwindse koersen de gennaker. Een gennaker is prima met twee personen te tackelen. Met een spinnaker is een extra paar handen wel gemakkelijk. Het bergen van een gennaker is weer wat moeilijker omdat het zeil dichter bij het water hangt dan de spinnaker en dus sneller te water raakt. De gennaker is een perfect zeil om mee te toeren. De bediening is hetzelfde als bij een genua, al is gijpen een klus. Een spinnaker geeft het meeste rendement en is het snelst van beide zeilen. Hij is veel kritischer als het gaat om de trim, maar dat krijg je terug in snelheid.
Wassen: goed of slecht?
Wanneer zeilen worden gewassen, zoals hotelbeddengoed, in grote wasmachines en mechanische drogers, maakt het zeildoek een zeer snel verouderingsproces mee: dit is dus slecht. Professionele reinigers die gespecialiseerd zijn schoonmaken van zeilen, passen weekprocessen toe, gebruiken speciale reinigingsoliën en laten de zeilen uithangen om te drogen: het doek wordt dus niet beschadigd.
+ technisch: de verwijdering van harde vuildelen zoals zoutkristallen die de vezels beschadigen en slecht stiksel is door de reinigingsbehandeling beter te onderscheiden
+ optisch: de zeilen knappen zichtbaar op, de groene aanslag verdwijnt en tenslotte worden de grijze schavielplekken veel minder zichtbaar.
Lazy Jacks:
Lazy Jacks-systemen behoren tot de aangename zaken van het zeilen! Het opbergen en reven van het grootzeil wordt vergemakkelijkt. Lazy Jacks, in goed Nederlands 'luilak', begeleiden het zeil bij het hijsen en strijken en voorkomen dat het gestreken zeil ’van de giek valt‘. Het zeil valt na het vieren van het grootzeilval in de driehoek van het Lazy Jacks-systeem. Dus niet meer nat en ongecontroleerd van de giek voor het vastgezet kan worden. Zeker wanneer je vaak alleen zeilt, is dit een fijn hulpmiddel om de zeilen snel en efficiënt te strijken.
In tegenstelling tot bijvoorbeeld een Dutchman systeem, vereisen Lazy Jacks geen aanpassingen aan het grootzeil. Het systeem werkt het best met een doorgelat grootzeil. Aan stuurboord en bakboord worden blokjes aan de zalingen (4) of aan de mast bevestigd, waaraan de Lazy Jacks komen te hangen. De Lazy Jack is een lijn (1) die van de zaling naar de giek loopt, maar in meerdere lijnen wordt uitgesplitst. De knooppunten (2) van de verschillende lijnen bestaan uit een klein RVS-oog of kunststof blokje. Zowel aan bakboord als aan stuurboord zijn de Lazy Jacks met een lijn op te spannen die vervolgens wordt belegd bij de mastvoet (5) of via een easylock- of curryklem. Je kunt er ook voor kiezen om de stuurboord en bakboord lijn met elkaar te verbinden, waardoor er maar één lijn is die geborgd moet worden. Onderaan de giek worden beugels gemonteerd (3) waar de Lazy Jacks doorheen lopen. Bij het bewegen van de giek schuiven de Lazy Jack lijnen onder de giek door.
Lazy Jacks in de praktijk:
Tijdens het zeilen ontspan je de Lazy Jacks, zodat ze niet in het zeil drukken bij ruimere koersen. Een alternatief hiervoor is het laatste gedeelte van de lijn te vervangen door elastiek. Hierdoor ‘veren’ de Lazy Jacks ‘als vanzelf’ mee op ruimere koersen. Op de Fox22 kan je de Lazy Jacks tijdens het zeilen ook even via de reefhaken laten lopen en dan opspannen. Je hebt er dan geen last van tijdens het zeilen. Voordat je het zeil strijkt breng je de Lazy Jacks weer op spanning. Het grootzeilval wordt gelost en het grootzeil valt, begeleid door de Lazy Jacks, keurig op de giek.
Nadat je het zeil hebt opgebonden op de giek, vier je de Lazy Jacks en leg je de Lazy Jack lijnen op het grootzeil. Nu kan de grootzeilhuik over het zeil én de Lazy Jacks worden gelegd en alles is opgeborgen. Als je de Lazy Jacks na het strijken van het zeil strak laat staan, kan dit slijtage veroorzaken aan het grootzeil en de grootzeilhuik.
Zelf maken?
Lazy Jacks zijn, met een beetje knutselen, redelijk eenvoudig zelf te maken. Voor de doe-het-zelver zijn er Selden Lazy-Jack-Systems verkrijgbaar bij ; www.nauticshop.nl/dek en tuigage/Lazy-Jack-Kit. Dit zelfbouwpakket is montage klaar; compleet met lijnen, blokken, ogen, beugels en een (montage) handleiding. Er zijn verschillende formaten in de handel vanaf ca. 100 euro. Zoals op de foto is te zien, kan je de blokjes aan de mast ook vervangen door RVS ogen, die met tie-ribs aan de zalingen zijn vastgemaakt.
Drophuik:
Ook wel maindrop systeem, lazy bag systeem of vanghuik genoemd, is een systeem met twee stroken persenningdoek aan de giek waar het grootzeil invalt. Het systeem werkt alleen in combinatie met Lazy Jacks. Op de giek wordt aan stuurboord en aan bakboord een aluminium rail gemonteerd waar de flappen inschuiven. De flappen zijn aan de bovenkant voorzien van sterke ogen waar de Lazy Jacks aan worden geknoopt.
Nadelen van een drophuik:
De rechtop staande flappen kunnen de zeilprestaties negatief beïnvloeden. Ze staan er namelijk altijd, dus ook tijdens het zeilen.... even snel weghalen kan even duren want de Lazy Jacks zitten er aangeknoopt. Is het zeil opgeborgen dan zal de giek altijd naar achteren toe moeten aflopen. Het regenwater moet weg kunnen lopen en het liefst niet naar voren, want dan loopt het water het grootzeil in. Een drophuik is aanmerkelijk duurder dan een gewone zeilhuik.
|